Indonesië

Informatie- en nieuwsforum over Indonesië en Nederlands-Indië
 
IndexKalenderFAQRegistrerenInloggen

Deel
 

 Couperus: Zonneschijn, koffie-aroom en zalige ledigheid

Ga naar beneden 
AuteurBericht
ElEl

ElEl

Aantal berichten : 8018
Registratiedatum : 08-12-08

Couperus: Zonneschijn, koffie-aroom en zalige ledigheid Empty
BerichtOnderwerp: Couperus: Zonneschijn, koffie-aroom en zalige ledigheid   Couperus: Zonneschijn, koffie-aroom en zalige ledigheid Icon_minitimezo 31 mei 2009 - 9:24

Boeken30 mei 2009

Zonneschijn, koffie-aroom en zalige ledigheid

Behalve een dandy was Couperus ook een broodschrijver. Met zijn reizen naar de Arabische wereld verdiende hij geld. Clichés over het sensuelen Oosten bevestigde hij graag; voor misstanden sloot hij de ogen.


Louis Couperus geniet nog altijd de reputatie van verfijnd estheet en zorgeloze flaneur. Zijn standbeeld op het Haagse Voorhout toont hem in de pose van man van de wereld en heer van stand, zelfbewust, ijdel en enigszins aanmatigend. Maar wie zich in zijn biografie verdiept, ontdekt al snel dat Couperus in de eerste plaats een hardwerkende broodschrijver was, zeer bedreven in de kunst om voor zijn pennevruchten de hoogste prijs te bedingen. Toen na 1910 de verkoop van zijn romans stokte, besloot hij zich op de kranten- en tijdschriftenmarkt te gaan richten. Vele feuilletons voor het Haagse dagblad Het Vaderland waren het resultaat. De laatste jaren van zijn leven schreef hij vrijwel geen fictie meer, maar kwam hij rond van lezingen en reisreportages in opdracht van de Haagsche Post. Eigenaar-hoofdredacteur S.F. van Oss stuurde Couperus, die zich steevast liet vergezellen door zijn vrouw, naar de verste uithoeken van de wereld, tot Japan toe.

Zo belandde het echtpaar Couperus in de winter van 1920-’21 in het door Frankrijk bestuurde Noord-Afrika, sinds lang een geliefde streek voor toeristen die gevoelig waren voor het stereotype imago van de Arabische wereld, een wereld vol mysterie, sensualiteit en zowaar ook een tikje wreedheid.

De Amerikaanse cultuurhistoricus Edward Said heeft deze beeldvorming beschreven onder de noemer ’oriëntalisme’, en betoogd dat het hier gaat om een typisch westers complex van half bewuste verlangens, angsten en superioriteitsgevoelens ten opzichte van de islam. In zijn ogen was het verschijnsel onlosmakelijk verbonden met kolonisering, politieke overheersing en economische uitbuiting.


Op Couperus’ oriëntalisme is al herhaaldelijk de aandacht gevestigd. Zijn beschrijvingen van plaatsen en personages in het Nabije en Verre Oosten ademen steevast een zwoele broeierigheid en verraden een mengsel van fascinatie en afkeer. Uit de Oriënt afkomstige personages als keizer Helegabalus (hoofdfiguur in de historische roman ’De berg van licht’) en Bagoas (in ’Iskander’ de dienaar van Alexander de Grote) zijn in al hun schoonheid bloemen van het kwaad, die sluipenderwijs het gezonde Westen vergiftigen. In ’De stille kracht’ vertegenwoordigt femme fatale Leonie van Oudijck al die Europeanen wier zedelijkheid onder invloed van de tropenzon is verwilderd en geperverteerd.

Historica José Buschman, die het verslag van Couperus’ reis door de Maghreb aan een kritische beschouwing heeft onderworpen, laat zien dat het Said er in menig opzicht een vette kluif aan zou hebben gehad. Hoewel de Haagse schrijver zich hier niet zo erg laat gaan als in de bovengenoemde romans, zwijmelt hij af en toe toch ver weg. Hij leeft zich uit in kleurrijke beschrijvingen van ’vaal-witte burnousfiguren en hunne pompoen-ronde tulbandkoppen’ en „rimpelgezichten met de geheimvolle ogen, waarin de raadselzielen, verscholen, uit loeren”, en prijst „de fijne distinctie van wijsgeerig berustende levensgenieters, die juichen en zwelgen, maar de gave bezitten zonneschijn, koffie-aroom en zalige ledigheid, met slechts enkele stuivers op zak, te genieten en ons, nerveuze, Westersche zielen te leeren niet anders, niet nerveuzer te doen”’.

Wat hem vooral aangenaam treft is ‘de hooge melancholie van den Islâm, die alle gevoelige artistenzielen getroffen heeft.’ Ze doet hem denken aan het Nederlands-Indië van zijn jeugd.

Het is juist de Indische connectie die José Buschman aangrijpt om de confrontatie met Couperus aan te gaan. Hij mocht zich dan laten voorstaan op zielsverwantschap met de Javaan, hij bleef toch ook het herenzoontje dat met oogkleppen op voorbijging aan discriminatie en uitbuiting. Eenmaal volwassen volhardde hij daarin. En dus maakte hij, anders dan de schrijvende toeristen die in zijn tijd van leven Noord-Afrika bezochten, geen melding van de manier waarop vrouwen er werden behandeld. Prostitutie was voor hem iets schilderachtigs, een trouwerij waarbij de bruid amper twaalf was, waardeerde hij als een sprookje.

Ook over de harde hand waarmee de Fransen het koloniale regiem in stand hielden vernemen we van deze afstammeling van hoge Indische bestuursambtenaren geen kwaad woord. De flanerende toerist Louis Couperus had, kortom, een blinde vlek voor alles wat niet paste in zijn warm gekoesterde beeld van de Oriënt.

Volgens José Buschman kwam dat niet alleen voort uit een gebrek aan politiek en maatschappelijk bewustzijn, maar ook uit de angst zijn Haagse opdrachtgever en publiek voor het hoofd te stoten. En daarmee, stelt ze in de slotzinnen van haar betoog, belandde deze dandy niet alleen letterlijk, maar ook geestelijk in de woestijn. Jaap Goedegebuure


©️ Trouw 2009, op dit artikel rust copyright.
Terug naar boven Ga naar beneden
http://www.tileng.nl
 
Couperus: Zonneschijn, koffie-aroom en zalige ledigheid
Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Indonesië :: Berichten :: Boekbesprekingen-
Ga naar: