Indonesië

Informatie- en nieuwsforum over Indonesië en Nederlands-Indië
 
IndexKalenderFAQRegistrerenInloggen

Deel | 
 

 Een kostschool voor kinderen van terroristen

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down 
AuteurBericht
ElEl

avatar

Aantal berichten : 7544
Registratiedatum : 08-12-08

BerichtOnderwerp: Een kostschool voor kinderen van terroristen   do 27 apr 2017 - 10:08

Een kostschool voor kinderen van terroristen

Indonesië Op Sumatra richtte een voormalig terrorist een de-radicaliseringschool op. Khairul Ghazali: „Vanaf hun tiende zijn jongens vatbaar voor Jihadronselaars. Ik kan het weten, ik was twaalf.”

Eva Oude Elferink
26 april 2017


Foto Binsar Bakkara

-------------------------------------------------------------------------------------------------------
28.000
pesantren of meer telt Indonesië nu. Die zijn grofweg in twee typen te verdelen:

13.900
traditionele pesantren zijn er voor studenten die alleen leren over de koran, al dan niet met andere vakken.

14.300
moderne pesantren zijn er zoals Al-Hidaya, die naast koranlessen het formele curriculum volgen. Ze krijgen geen subsidie, maar kunnen wel incidenteel steun krijgen van de overheid.
De weg naar Al-Hidaya, een islamitische kostschool op een uurtje rijden van Medan, zit vol gaten waarvan moessonregens de avond ervoor diepe poelen hebben gemaakt. Zes jongens komen op blote voeten en slippers aangesneld over het natte veld, hun witte gewaden opgeknoopt tot hun middel. Elke middag na de laatste les trekken ze een zeil over de geplante spinazie en chili-pepers. Wat gesjor en de boel is afgedekt.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het is een van de vaardigheden die zijn studenten hier leren, vertelt de 52-jarige oprichter Khairul Ghazali eerder. „Het land bewerken, zelf groenten telen.” Verder staan op het programma van de Al-Hidaya: wiskunde, Engels, de-radicalisering.

Ghazali’s pesantren, zoals deze kostscholen in Indonesië heten, onderscheidt zich van de duizenden anderen pesantren die over de archipel zijn verspreid. Dat begint bij Ghazali, een rondbuikige man met een vlassige baard en vriendelijke ogen. Hij vertelt met gedempte stem over zijn ‘jihad van liefde’. Zeven jaar terug overtuigde hij jongens ervan dat 72 maagden (of ‘engelen’, volgens Ghazali) op hen wachtten bij een martelaarsdood. Hij was goed in dat brainwashen, zoals Ghazali het noemt. Zo was hij een mentor bij Jemaah Islamiyah (JI), de militante moslimorganisatie die achter de bloedige aanslag op Bali in 2002 zat. Eerst in een pesantren in Maleisië, waar hij en andere JI-strijders in de jaren tachtig naartoe uitweken, opgejaagd door de regering van Soeharto. Later, na diens val, als leider van een splintercel in de omgeving van Medan, in Noord-Sumatra. Nu doet hij het weer, zegt hij. Alleen is zijn boodschap op Al-Hidaya radicaal anders.


Khairul Ghazali.
Foto Binsar Bakkara


Pronkproject

Ghazali’s pesantren is het pronkproject van het Nationale Anti-terreur Agentschap (BNPT); de overheidstak die radicalisering moet tegengaan in een land waar ruim 90 procent van de ruim 250 miljoen inwoners moslim is. Dat zit hem niet alleen in Al-Hidaya’s oprichter, een veroordeelde ex-terrorist die in de cel tot inkeer kwam, ook in de studenten waar hij zich op richt: kinderen van veroordeelde, soms gedode, terroristen.

Azam (13) weet niet wat hij met het bezoek aan moet, net als de meeste schoolgenoten. Azams ogen glijden steeds naar beneden, naar zijn blote voeten of de koran die hij tegen zich aan klemt. Broer Imam (17) zit naast hem in kleermakerszit op de grond voor de moskee. Imam mag dan ouder zijn en een kop groter, op Al-Hidaya is Azam de senior. Hij is hier al bijna een jaar, zijn broer pas twee weken. Eigenlijk is Imam te oud, maar zijn moeder heeft hem gestuurd.

Hun vader, die vorig jaar vrijkwam, zag hij voor het laatst in januari. „Volgens mij is hij nu in Maleisië.” Of die vanuit daar naar Syrië wilde, maar is opgepakt, weet Imam niet. Hij vindt het hier fijn, zegt Imam, die het niet erg vindt de oudste te zijn. „Zo blijf ik jong”, grijnst hij. Hierna? Politieagent worden. Dan kan hij het land én zijn religie beschermen. Maar niet als zijn vader, zegt hij starend naar de grond. Die hield zich niet aan de regels.

Terreur is in Indonesië nooit ver weg. Waar de bommen aan het begin van het millennium van Jemaah Islamyah kwamen, zijn nu IS-sympathisanten en terugkerende Syriëgangers een bedreiging. Bij explosies bij Starbucks in Jakarta kwamen vorig jaar nog zeven mensen om, onder wie de vijf aanslagplegers. Regelmatig verschijnen berichten over nieuwe arrestaties en verijdelde aanslagen.

Met nog zeker 600 Indonesiërs die in Syrië vechten en lokale splintercellen die fanatiek rekruteren, staat BNPT voor een uitdaging. „De programma’s van BNPT zijn gericht op de terroristen, niet op hun omgeving.” Zo krijgen veroordeelde jihadi’s in hun cel bezoek van psychologen en gematigde geestelijken, eenmaal vrij hulp bij het vinden van een baan. „Hun vrouw en kinderen blijven intussen achter met problemen.”

Simpele prooi voor terroristen

Neem zijn familie. Toen hij in 2010 werd opgepakt (na een door hem gecoördineerde aanslag op een politiebureau en een bankoverval) zorgde zijn vrouw voor de kinderen en ging zijn zoon uit geldgebrek van school. En dan de blikken van de buren. „Je creëert labiele kinderen die op wraak zinnen.” Een simpele prooi voor terroristen, weet hij uit ervaring. In zijn cel ontstond het idee voor Al-Hidaya.

Pesantren kennen een lange traditie in Indonesië. Berucht is Al Mukmin op midden-Java, met terroristen als Amrozi bin Nurhasyim en Huda bin Abdul Haq als alumni. Beiden werden geëxecuteerd om hun rol bij de Bali-aanslagen. Toch is het aantal pesantren met banden met terreurorganisaties beperkt, zegt expert Sydney Jones. „Veel jongens die de afgelopen vijf jaar zijn opgepakt, gingen juist naar openbare scholen.” Dat komt volgens de directeur van het Institute for Policy Analysis of Conflict door de radicale koranstudiegroepen die steeds meer zijn geïnfiltreerd op openbare scholen en universiteiten

Ook Ghazali richtte zich als ronselaar op jongens die naar een gewone school gingen. „Kinderen van pesantren hebben basiskennis van de islam en zijn niet simpel te beïnvloeden.”

Ghazali begon zijn eigen school kort na zijn voorwaardelijke vrijlating, eind 2015. Dat wil zeggen: een hut van bamboe en kleine musholla, een gebedsruimte, in een dorp niet ver van waar hij opgroeide. Darusy Syifa, noemde hij het, ‘gezond land’.

Tot de nieuwe BNPT-directeur Suhardi Alius, die bij zijn aantreden een zachte aanpak aankondigde, zich ermee ging bemoeien. Het stukje grond werd 31 hectare, met een gloednieuwe moskee en schoolgebouw met witte tegels en lichtgroene pilaren. Ook kwam er een nieuwe naam: Al-Hidaya, ‘verlichting’. Ghazali had immers het licht gezien. Bij de opening in februari beloofde Alius de pers dat hij ‘dit concept’ elders zou kopiëren. Nummer twee is intussen bijna klaar: eind juni opent in Oost-Java een pesantren geleid door de broer van Bali-bommer Amrozi.

Splintercel

Terug naar Al-Hidaya. Veertien jongens wonen er nu, volgend jaar komen er zes bij. De jongste is tien, de oudste zeventien. „De meest kwetsbare leeftijd”, zegt Ghazali die amper twaalf was toen hij werd geronseld. Hun vaders maakten deel uit van zijn oude splintercel. Sterker nog: drie studenten zijn, zijn eigen zoons. Ze slapen met zijn allen in een nabijgelegen huisje dat, als de matrassen weg zijn, dienst doet als eetzaal. Een keer per jaar mogen ze naar huis, mobiele telefoons zijn verboden.

Deze ochtend zitten ze in de twee keurige rijen, gebogen over hun schriftjes. Dezelfde witte gewaden en mouwloze zwarte jassen, een nieuwe rugtas tegen hun stoel. Alleen verschillen hun peci’s, traditionele mutsjes die veel Indonesische moslims dragen. De klas valt vooral op door wat er niet is. Geen posters aan de muur, geen uitpuilende kasten, zelfs geen computer. Alleen een bord vol gekrabbeld met formules. Als leraar Mohamed Hasanuddin praat, galmt het door de ruimte.

Net als de andere leraren, acht in totaal, doet hij dit vrijwillig. Er is nog geen budget, zegt Hasanuddin, die ook les geeft aan de technische hogeschool in Medan. BNPT betaalde alleen voor de gebouwen, voor de kinderen is het gratis. Het geld dat is er, komt van Ghazali zelf. Maandelijks is hij zo’n 600.000 rupiah (42 euro) per kind kwijt, zegt de oprichter. Met de royalty’s van de drie boeken die hij in zijn cel schreef (waaronder: Zij zijn geen afvalligen) en af en toe een lezing van BNPT, redt hij het net.


Foto Binsar Bakkara

Hulp komt van een vrolijke man met een rond gezicht en smalle snor. Zulkarnaen Nasution – noem hem alsjeblieft ‘Zul’ – is het hoofd van de regionale BNPT in Medan. Hij ontvangt in zijn kantoortje op de derde etage met uitzicht op een steeg. Say no to drugs staat in rode letters boven zijn hoofd. Drugspreventie is zijn achtergrond. Al zeventien jaar. Sinds een tijdje doet Zul daar terrorisme bij. „De aanpak is niet wezenlijk anders”, zegt hij. „Je focus is preventie.”

Al-Hidaya sluit daar mooi op aan, vindt Zul. In totaal zijn er in zijn regio zo’n zeventig kinderen die voor de school in aanmerking komen; voor meer dan twintig is nu geen geld. Dus is het regionale BNPT-hoofd aan het bellen en praten. Met bedrijven, of ze de school niet willen sponsoren. Het ministerie van Onderwijs, of ze niet nog een subsidiepotje hebben. Ondertussen gaat hij met Ghazali langs bij de families. Op hem alleen zaten ze niet te wachten, zegt Zul. „Ze wantrouwen BNPT. Maar Ghazali was één van hen. Naar hem willen ze wel luisteren.”

Niet allemaal. Het helpt niet dat BNPT met Al-Hidaya dweept alsof het hun initiatief is, zegt terreurdeskundige Sydney Jones. „Als je in deze kringen wordt gezien als loopjongen van BNPT, verlies jij je geloofwaardigheid. Dat schrikt mensen af.”

Op Al-Hidaya zijn de groenten onder een zeil verdwenen, de laatste les is geweest. Terwijl de jongens over het veld achter elkaar aan hollen, klinkt plots een vrouwenstem door de luidspreker. Ghazali’s vrouw. „Als je wilt spelen, moet eerst je witte putih uit!” Het mag dan een speciale school zijn, het blijven wel kinderen.


Update: Door een eindredactionele ingreep leek een eerdere versie van dit stuk te suggereren dat Ghazali achter de aanslag op Bali zat. Dat klopt niet, de aanslag werd door andere Jemaah Islamyah-militanten gecoördineerd en uitgevoerd.

NRC
Terug naar boven Go down
http://www.tileng.nl
 
Een kostschool voor kinderen van terroristen
Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1
 Soortgelijke onderwerpen
-
» Benefiet voor Bali
» Van Dis in het Koninklijk Instituut voor de Tropen, 29 februari 2012
» Twee woningen op het Molukse woonoord Lunetten uitgebrand
» Interview – Geen schaamte voor geestelijk gehandicapten op Bali
» Komodo National Park in race voor nieuw natuurwereldwonder

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Indonesië :: Berichten :: Algemeen-
Ga naar: