Indonesië

Informatie- en nieuwsforum over Indonesië en Nederlands-Indië
 
IndexKalenderFAQRegistrerenInloggen

Deel | 
 

 De trein naar Depok

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down 
AuteurBericht
wujud
Admin
avatar

Aantal berichten : 1008
Registratiedatum : 08-12-08

BerichtOnderwerp: De trein naar Depok   zo 27 sep 2009 - 9:11

Het was maar goed dat die studenten er waren. Ze gaven me niet alleen het gevoel: wat ben ik ver van huis. Toen ik ze ontmoet had, begreep ik: het heeft zin dat ik hier gekomen ben. Dat compenseerde het diep sombere gevoel dat Jakarta me na aankomst al gauw bezorgde.

Het was augustus 1988. Mijn vrouw noch ik waren ooit in Indonesië geweest. Het begon al met een zekere verlorenheid op het vliegveld; niemand om ons af te halen. We namen een taxi naar het hotel waarvan ons was verteld dat er een kamer voor ons was gereserveerd. Onderweg keken we onze ogen uit naar de verkeersstroom. De auto's bumper aan bumper en daartussen, daarnaast, magere mannen die smalle karretjes met etenswaren voortduwden, jongens die sigaretten, plastic flesjes met water, speelgoed, vruchten en pinda's probeerden te verkopen. Bussen met trossen passagiers, vrachtwagens ook al vol met mensen. Uitbundig krioelen en toeteren. Een overweldigend en vervreemdend spektakel.

Deze buitenwereld van geploeter en gesloof contrastreerde sterk met het luxe hotel waar wij uitstapten. Vermoeid, versuft, verheugd bezagen wij een bloemstukje dat voor ons gereed stond met de woorden van welkom. Maar toen we op het punt stonden om ons te installeren, kwam het bericht dat er een vergissing was gemaakt: er was gereserveerd in een ander hotel. Daarheen dan, weer een taxi, weer door het gewoel. In dat andere hotel bleven we drie weken. Binnen waren de Amerikanen, Japanners, Europeanen en hun Indonesische contactpersonen, bijeen voor zaken, wetenschappelijke projecten, ontwikkelingssamenwerking. Luxe, kalmte en volop van het goede der aarde. Op de kamer bracht de airconditioning koelte - een raam kon er niet open. Het uitzicht op de Jalan Thamrin toonde twaalf rijbanen permanent bezet met moeizaam voorwaarts gaande auto's. De hitte sloeg je in het gezicht wanneer je die reusachtige mensenkoelkast verliet. En dan kwamen de sloebers op je af. De een wilde je een blaaspijp verkopen. De ander liet pathetisch zien dat hij met één been door het leven moest. Daar sloeg ook het besef toe dat je hier als mens met niet meer dan brekelijke benen een displaced person was. Voor iemand zonder auto is het leven niet gemakkelijk in Jakarta.
Voor iemand mét trouwens ook niet.

In die drie weken moest ik een huis zien te vinden waar ik twee jaar zou kunnen wonen. Hoe doe je dat? Meerijden met mevrouw Enny, makelaarster, perfect Nederlands sprekend. Ze liet ons huizen zien die konden worden gehuurd. Huizen? Nee, paleizen. Het eerste huis waarheen zij ons bracht vergeet ik nooit. Het bevond zich in de wijk Kemang, een betere wijk, favoriet bij buitenlanders die een tijdje in Jakarta moeten wonen. Om er te komen wrongen we ons per auto door het verkeer. Als je de grote verkeersaders verlaat, kom je op smallere zijstraten met aan beide zijden witte muren met glasscherven en prikkeldraad. Daarachter de villa's van de rijken, daarvoor de bewakers. Want elk huis wordt bewaakt door een man, een jongen, die op die manier een grijpstuiver verdient.
Toen de poort voor ons door een bewaker was opengemaakt, zagen we het huis en konden het betreden. We troffen er een Zweedse diplomatenvrouw die kort daarna naar elders zou vertrekken. Ze liet het huis zien. De keuken, je kon er een gezin in huisvesten. Kamer na kamer, achter elke deur die werd opengezwaaid. Kamers? Nee, zalen. Airconditioning overal. Een grote, prachtige tuin, vol tropische bomen, struiken, een zwembad. Door een betonnen drempel van de woning gescheiden, voor wanneer de bandjir kwam, want in de regentijd kon het water decimeters hoog komen. Waar je niet allemaal aan denken moest! We moesten ook vragen verzinnen. Hoe was het met het drinkwater gesteld? Opgepompt uit de grond, een soort watertoren was zichtbaar achter in de tuin. Was de huisbaas behulpzaam als de pomp stuk was van het zwembad? En ondertussen werd er weer een deur opgengegooid. Alweer een kamer, alweer bedienden die op de vloer zaten en ter begroeting overeind kwamen. Wat moest ik met zoveel ruimte? En bedienden, moesten wij dat ook?

Raad hadden we al spoedig na aankomst in overvloed gekregen, van Nederlanders die al langer in Indonesië waren. Je moet letten op de AC (de airconditioning), of die goed werkt, niet te veel lawaai maakt, op de power van de elektriciteit, op de mieren, op de veiligheid, op de drukte in de straat. En je moest vooral niet te vlug toehappen. Bekijk op zijn minst veertig huizen, zei de een. Liever honderd, zei de ander. Honderdvijftig, waarom niet?

Op onze eerste kijkdag passeerden negen huizen de revue. Het negende huis, vlak voor onze uitputting, zag er sympathiek uit. Een paleis, als alle andere, maar met al wat minder zalen. Het zwembad was mooi en groot maar lag buitenshuis, voor gemeenschappelijk gebruik met wat buren. Een zwangere poes zat te spinnen bij de deur. En dat deed de deur ook meteen dicht: dit huis zou het worden, het huis met de poes. Pro forma bekeken we de volgende dag nog wat huizen in de wijk Menteng, waar de koloniale villa's staan met bijbehorende tempo doeloe-nostalgie. Ik ben daar niet gevoelig voor. Voor het slapen gaan woelden alle indrukken door mijn hoofd. Het razende verkeer. Geen fietspaden, geen trottoirs. Laat staan Amsterdammertjes om het kwetsbare voetvolk te beschermen. Al die grote, luxueuze panden, omringd door muren, glasscherven, prikkeldraad, beschermd door bewakers. Daarbuiten het sloeberleven, de sappelende dravers, de rondhangende nietsdoeners.

De Letterenfaculteit..

_________________
* Indoleed : geen verhalen meer te horen *
Terug naar boven Go down
http://indonesie.actieforum.com
wujud
Admin
avatar

Aantal berichten : 1008
Registratiedatum : 08-12-08

BerichtOnderwerp: Re: De trein naar Depok   zo 27 sep 2009 - 9:13

De Letterenfacultateit van de Universitas Indonesia, mijn arbeidsplaats, bevindt zich in Depok. Dat ligt halverwege Jakarta en Bogor, zo'n dertig kilometer buiten de hoofdstad. Daarheen zou ik me moeten begeven om college te geven. Hoe? Je kon een auto kopen en een chauffeur in dienst nemen, zoals sommigen deden. De auto kon je bij vertrek met winst verkopen en de chauffeur hoefde niet veel te verdienen. Evenwel, niets voor mij. Je kon ook met de taxi gaan. De informatie daarover was echter weinig bemoedigend. Het zou duur zijn. De taxi zou je slechts tot de rand van het universiteitsterrein mogen brengen, waarna het nog warm was en ver. En dan, voor de terugweg was geen taxi te krijgen. Maar hadden we niet vernomen dat er een speciaal spoorwegstation was bij het universiteitsterrein? Waarom niet daarheen met de trein? Wanneer ik daarnaar vroeg kreeg ik onduidelijke antwoorden. Dat deed je niet. Het was ook niet te doen. Waarom eigenlijk niet?

We besloten eens een keer op proef te reizen naar dat station. Door de zinderende hitte wandelden we over de Jalan Thamrin en het Merdekaplein naar station Gambir. Onderweg keken we onze ogen uit en we waren al half uitgeput toen we ons kaartje nog moesten kopen. Dat bleek een krats te kosten, aantrekkelijk. De trein kwam het station binnen. Met veel, erg veel anderen wrongen we ons een wagon in. Binnen was het minder aantrekkelijk. Een andere wereld. Het leek of een half miljoenn mensen een ruimte bezetten die geschikt was voor vijftig. Manmoedig grepen we een lus temidden van staande medereizigers. Nou ja, even staan. De rit zou immers niet lang duren over zo'n afstandje van niks. Het werd anderhalf uur. We stonden als vuurtorens temidden van een woelige zee. In Nederland zijn we eerder aan de kleine kant, hier waren we reuzen. Beneden ons zaten, stonden, liepen en kropen anderen, allen Indonesiërs. Ja, er werd ook gekropen, door een verlamde bedelaar, die alleen zijn armen kon gebruiken voor zijn verplaatsing; en zich verplaatsen deed hij aan één stuk door. Veel verkopers wrikten zich door de massa. Gekoelde dranken in emmers, vruchten, speelgoed, boekjes, snoep, het was allemaal in de aanbieding. De lamme bedelaar werd afgelost door een blinde. De hitte was verstikkend. Zwetend bezagen we het allemaal. Een belevenis. Maar wel een die niet voor frequente herhaling vatbaar was.

De trein stopte veel en langdurig om passagiers uit te laten en meer nog om passagiers in te nemen. Eindelijk, eindelijk, daar was station Universitas Indonesia. We drongen ons naar de deur van de trein. Velen drongen mee. Bij dit intieme lijf-aan-lijf werk verspeelde ik mijn portemonnee. Ik constateerde de vermissing luttele seconden misschien na de kunstgreep, maar wat te doen om de zakkenroller te identificeren? Tientallen anonymi verwijderden zich met stalen gezichten. Een van hen had vandaag een goede dag. Voor mij was het lesgeld, ongevraagd, betaald. Dat zat erin. Ik kwam daar wel overheen. Maar aangeslagen was ik toch, daar op dat onbekende perron.

De laatste anderhalf uur was ik naar een fascinerende, meeslepende wereld verplaatst. Het leek wel of ik een avontuurlijke reis van drie maanden had gemaakt. Maar wat voelde ik me uitgeput, miserabel, onbekwaam om dit adequaat te behandelen. Er zat een scheut vernedering ook bij. Als mijn vrouw er niet bij was geweest met 'peptalk' en nog met haar portemonnee, was ik misschien wel versuft op de grond gaan zitten daar in Depok en zat ik er misschien nu nog, verdwaald en verdwaasd.

Wat doe ik hier, in dit land dat me overweldigt? Dit is het land niet waar ik wezen wil, met arme donders achter de muur van het paleis waar ik woon, met een hels verkeer waarin ik me verloren voel en waar ik een uiterste grens van vervreemding lijk te hebben bereikt. Dat heb ik gedacht en ik heb overwogen of het niet beter zou zijn van de hele onderneming, twee jaar hoogleraarschap neerlandistiek aan de Universitas Indonesia, af te zien.

Twijfel, het hoort erbij in het leven. Maar twijfel kan buitensporig worden, dan moet je er met geloof tegenaan. Zo is het ook gegaan in de maand augustus 1988, dankzij de morele steun die ik kreeg van mijn vrouw en de positieve prikkel die het contact met de studenten me heeft bezorgd. Na mijn aankomst, na de huizenjacht, moest ik huisraad kopen, moest ik nieuwe mensen ontmoeten op recepties of anderzins. Ik moest snuffelen aan nieuwe collega's en me laten besnuffelen. En ik begon onmiddellijk college te geven, zo had ik het besloten te doen. Ik geloof dat vooral dat laatste me van de tijdelijke benauwenis heeft afgeholpen. Mijn leven lang ben ik schoolmeester geweest, maar zelden heb ik zo sterk de overtuiging gehad als in Indonesië dat het werk van zo iemand in een behoefte voorziet.


uit: Twee jaar seksi Belanda - Aart van Zoest (1991)

_________________
* Indoleed : geen verhalen meer te horen *
Terug naar boven Go down
http://indonesie.actieforum.com
 
De trein naar Depok
Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1
 Soortgelijke onderwerpen
-
» Het drama van Depok
» Spannende speurtocht naar Indonesische held Tan Malaka nadert ontknoping
» Onderscheidingen generaal Spoor naar Bronbeek
» 'Treinkapers De Punt geliquideerd', Na 36 jaar alsnog onderzoek naar dood treinkapers ?
» Nora Iburg: Zoektocht naar Indische roots

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Indonesië :: Diversen :: Verhalen-
Ga naar: