Indonesië

Informatie- en nieuwsforum over Indonesië en Nederlands-Indië
 
IndexKalenderFAQRegistrerenInloggen

Deel | 
 

 De mitrailleur

Ga naar beneden 
AuteurBericht
LL
Admin
avatar

Aantal berichten : 1014
Registratiedatum : 07-12-08

BerichtOnderwerp: De mitrailleur   za 20 dec 2008 - 16:49

De mitrailleur

Bandoeng, maart 1942, geen sirenes meer, geen luchtalarms, black-outs, etc. De Ned. Indische regering had het bevel gegeven de strijd te staken: te land, ter zee en in de lucht. De Jap was heer en meester van een groot deel van Zuid Oost Azië en van heel Ned. Indië. Er was geen school, alles ging z'n gewone gangetje. Het was wel een beetje stil in de stad, hier en daar een Jap. patrouille, maar dat was alles.
Ik hoorde, dat op het verlengde van de Oosteindeweg naar het Zuiden, toen Karpitan genoemd, een noodvliegveld was gebouwd, waar verschillende vliegtuigen van de M.L. waren ondergebracht i.v.m. de bombardementen op Andir. Als kleine jongen heb ik me altijd erg aangetrokken gevoeld tot de luchtvaart en alles wat er mee te maken had. Dus ik mijn kontjo Frits Hanou, die achter ons woonde aan de Natuna weg, opgepord: "Zeg Frits. Er staan een paar kisten op Karpitam, volgens zeggen mag je ze slopen."
Niet te lang, even wat bekakas zoals obèng, combinatie-tang, kontji Inggris en natuurlijk een hamer in de tas op de bagagedrager gestopt. De Oosteindeweg afgefietst en inderdaad zagen we al gauw een hoop bedrijvigheid toen we in de buurt van de noodlandingsbaan kwamen. Ik herkende een Wirraway, de Australische versie van de Amerikaanse Harvard, een Lockheed Hudson en een Koolhoven 2-dekker lesvliegtuig, in de gauwigheid uitgerust met 2 mitrailleurs, gemonteerd aan weerzijden van de kist in de ondervleugel. Iedereen was aan het slopen of kapot maken. Alles wat met linnen was bekleed lag al helemaal aan flarden en er was geen stukje plexiglas meer heel.
Na een beetje rondgeslenterd te hebben kwam ik bij de Koolhoven terug en begon mij te concentreren op de rechter mitrailleur. Na veel zweten, trekken en sleutelen had ik toch dat ding in mijn handen! Ik zie dat gevaarte nu nog voor me! Er stond op: Colt-Browning 7,9 mm. Het had een lange loop met op het einde een trompet en over die loop een grotere pijp met langwerpige gaten. Later kwam ik te weten dat dat een koelingsloop was.
Intussen liep het al tegen vieren 's middags, tijd om naar huis te gaan. Ik naar Frits toe: "Kom joh, naar huis, al laat."
"Okee," zei hij.
Alle bekakas weer in de tas. Ik nam repen vliegtuiglinnen, die in flarden aan de romp hingen en wikkelde daar mijn stuk geschut in. Dat hele geval op de bagagedrager, rubber snelbinder er overheen, en huiswaarts gereden. In het begin ging alles goed, steady trappen, niet teveel gojang, dat ding was nogal zwaar en zat alleen vast met een enkele karet van de snelbinder. Nog steeds op de Oosteindeweg. Noordwaarts gaande passeerden we de Boengsoeweg, toen opeens, voordat we er erg in hadden, een kleine Jap. patrouille, ik schat een peleton van ong. 12 man, aankwam op de Oosteindeweg richting Zuid, looppas, in singlet met hun typische petjes met lapje in de nek, zingende, de sergeant ernaast op zijn houten fietsje. Frits nam onmiddellijk een linkerbocht, de Oosteinde-binnenweg in. Ik reed echter door, voorbij de patrouille, om verderop de Natunaweg in te slaan. Thuis zat Frits mij op te wachten. Alles wat hij zei, was: "Branie jij zeg, met al die Jappen en jij rijdt maar gewoon door!"
De waarheid was dat ik onmogelijk een plotselinge bocht had kunnen maken, dat zware ding achterop zou beslist uit die gammele snelbinder zijn geslingerd en op straat zijn gedonderd, vlak bij die patrouille en dan zou je echt de Jappen aan het dansen hebben gehad! Ik hield me stoer en antwoordde Frits niet. Ik heb 'm echt wel zitten te knijpen.
Thuis vond ik mijn vader met enkele collega's aan het bridgen. Vol trots liet ik hem mijn aanwinst zien, waarop hij prompt bijna een beroerte kreeg. Hij gaf me een tempiling over mijn oren, njaring mijn kop! Verder beval hij mij dat ding onmiddellijk weg te doen, het huis uit, zover mogelijk weg! De eerste overheidsregeling van de nieuwe heersers was n.l.: Alle vuur- en slagwapens onmiddellijk inleveren. Evenals munitie, messen langer dan 20 cm., enz. Ik zei maar vlug: "Ja, ja" en liep met dat ding het huis uit. Als verwoede bridger was hij gelukkig al weer gauw verdiept in het spel. Ik liep naar buiten, regelrecht onze schuilkelder in, waar een halve meter grondwater stond, vol met oeget-oeget en op de bovenkant van de uitgraving, onder het zinken dak, deponeerde ik mijn aanwinst. Overdag, als mijn vader naar zijn werk was (hij werkte bij de spoorwegen, wat door moest blijven draaien), haalde ik het wapen wel eens te voorschijn. Ja, als 15-jarige jongen zo'n ding te bezitten was iets geweldigs. Dat kunnen jullie wel nagaan! Elke keer invetten en opnieuw boengkoes in de goenizak, die de gescheurde stukken vliegtuiglinnen had vervangen.
Eind maart weer een nieuwe verordening! Je kreeg tot die en die datum de tijd om wapens etc. in te levern. Als je daarna werd ontdekt was je wel goed zuur!
Enfin, ik heb mijn mitrailleur niet ingeleverd, ik moest en zou dat ding houden. Zo ging ook april voorbij. En weer die verontrustende geruchten van huiszoeking e.d. Eind mei was ik eindelijk zo bang geworden, dat ik besloot afstand te doen van mijn dierbaar bezit. Ik was echter geenszins van plan om dat ding bij de Jap of de politie te brengen. Ze mochten eens allerlei vragen gaan stellen!
Niet ver van ons vandaan, aan de Sumatrastraat werd bij 2 huizen huiszoeking gedaan, waar letterlijk alles werd gebongkard! Dus besloot ik met bloedend hart dat wapen ergens te begraven. Over de muur van de brandgang achter ons huis geklommen, een heel eind ervandaan een plekje gezocht om een gat te graven. Echter, het had al een tijdje niet geregend, de grond was keihard en ik had alleen maar een tuinschepje meegenomen. Onmogelijk om daarmee een fatsoenlijk gat te graven. Verder lopend door de brandgang, de hoek om, weer brandgangen met aan beide zijden 2½ meter hoge muren. Totdat ik een gedeelte in een van die muren tegenkwam dat weggebrokkeld was en waar ik net overheen kon kijken, precies in de soemoer van een huis. Waarschijnlijk woonden daar ook kinderen, die net als ik, veelvuldig van de brandgangen gebruik maakten om te spelen. Daarvoor moesten zij eerst op de rand van de put stappen, dan op de muur klimmen om van daar in de brandgang te springen. Door veelvuldig gebruik was dus de muur tot op de helft van de oorspronkelijke hoogte afgebrokkeld. Zonder er verder bij na te denken ging mijn bezit met een flinke zwaai over het muurtje de put in, waar dat ding na een flinke "tjemploeng" direct naar de bodem ging. Ziezo, dacht ik, daar hoor ik nooit meer wat van.
In die tijd kwamen de jongelui van de buurt tegen de avond bij elkaar op de hoek van de Sumatrastraat en Krakatauweg, waar een ijsdepôtje stond met koffieboer, toekang Bandrek, toekang Badjigoer, katjang asin etc. Ik herinner me nog namen zoals: Ad Siahaya, Richard Marterus, Don v.d. Putten, Frans Hernsdorp, Nelis v. Caspel. We kwamen bij elkaar om wat te ngobrol. Joop Siahaya bracht zijn gitaar en er werd een beetje gezongen.
Op een dag kwam er toch een jongen (zijn naam ben ik kwijt) opgewonden vertellen dat die ochtend hun soemoer was gekoerast. En ik hoor hem nog zeggen "De kebon, hij ziet iets op de bodem en met een haak aan de talie van de èmbèr, hij kèrèk dat ding naar boven. En wat denk je? Een machinegun, lôh, kun je nagaan!"
Ik vroeg hem heel kalm en voorzichtig wat er met dat ding gedaan was en hij zei: "Direct naar de P.I.D. gebracht; gelukkig geen soesah!"
Dat was het allerlaatste wat ik gehoord heb van mijn Mitrailleur.
Leo van der Sar
Kuranda, Qld., Australië

Bron: De Indo, maart 1994
bijdrage: brush
Terug naar boven Ga naar beneden
http://www.tileng.nl
 
De mitrailleur
Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Indonesië :: Diversen :: Brush vertelt-
Ga naar: