Indonesië

Informatie- en nieuwsforum over Indonesië en Nederlands-Indië
 
IndexKalenderFAQRegistrerenInloggen

Deel | 
 

 De kanonnen bij de Solose kraton

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down 
AuteurBericht
wu

avatar

Aantal berichten : 6613
Registratiedatum : 08-12-08

BerichtOnderwerp: De kanonnen bij de Solose kraton   do 28 okt 2010 - 20:48

De kanonnen bij de Solose kraton

Net als vroeger de Russische tsaren waren de vorsten van Mataram ‘verzamelaars van landen’. Ze veroverden het ene na het andere gebied en zouden tenslotte héél Java overheerst hebben, indien de grootste van allen, bekend als sultan Agoeng, niet in 1628 en 1629 tot twee maal toe het hoofd gestoten had voor de wallen van Batavia, waar sedert kort de Nederlandse vlag wapperde.


Doch de Matarammers verzamelden méér dan enkel landen. Hun talrijke lijfwacht bevatte een bonte reeks van corpsen, met fantastische namen en even fantastische uniformen. Binnen in hun Kraton, in een halfduister vertrek, verborgen ze een vreemdsoortige collectie poesaka’s of erfstukken, in de loop der tijden uit allerlei streken van Java vergaard, waarover wellicht later nog eens gesproken kan worden. Doch deze machtige heersers bezaten ook een merkwaardige verzameling kanonnen, die ze bijna alle in hun gloriedagen ten geschenke hadden ontvangen. Slechts een enkel, het grootste, hadden ze zelf laten gieten. Trots prijkt dit geschut op de noorder-aloen-aloen van hun Kraton, op de sitinggil of hoge grond, waar de vorsten in statie plachten te verschijnen.

Laten we enige van deze stukken eens wat nader bekijken, doch pas nadat we hulde hebben gebracht aan de man die zich het naarstigst met het geschut in Indonesië heeft beziggehouden en daarom wel eens schertsenderwijs ‘kanonnier’ of ‘artillerist’ genoemd werd. Ik bedoel dr. K.C. Crucq, voor sommige oud-Batavianen wellicht geen onbekende. Als oriëntalist was hij verbonden aan de Oudheidkundige Dienst te Weltevreden en als speciaal studieonderwerp had hij kanonnen gekozen, die hij later met ankers en kerkklokken uitbreidde. Hij bleef dus in de oude metalen.
Daarnaast had hij nog een hobby, t.w. windhondenrennen. In verband hiermede verscheen zijn naam weleens in de krant. Achter zijn statige oud-Indische huis op Petamboeran had hij dan ook een groot aantal hokken laten bouwen van waaruit die lieve, en dure, beestjes de bezoeker met luid geblaf verwelkomden. Er waren nog andere dieren, bijv. een Sumatraanse honingbeer. Ik heb deze menagerie en ook zijn fraaie collectie antiquiteiten, waaronder prachtig oud-Chinees porselein, eens mogen bezichtigen, doch jammer genoeg heb ik toen niet mogen genieten van Crucqs bijzondere geestigheid, die hij volgens oor- en ooggetuigen bij wijlen kon tentoonspreiden. De beide malen dat ik hem gesproken heb was hij blijkbaar niet in de juiste stemming en zelfs doodernstig. Helaas is hij tijdens de Japanse bezetting in een kamp bezweken. Van zijn onverdroten studiezin had nog veel verwacht kunnen worden.
Zijn grootste verdiensten liggen m.i. in zijn grote nauwkeurigheid en volledigheid, waarmee hij zijn beperkte onderwerpen behandelde. Slecht een enkele maal heb ik hem op een fout kunnen betrappen, en deze berustte nog op een verschrijving in een oorspronkelijke tekst en een onvolledige afdruk in de gedrukte uitgave daarvan.
Laten wij thans aan de hand van deze betrouwbare gids de kanonnen van de Solose kraton eens inspecteren.

Het oudst en fraaist zijn twee Nederlandse kanonnen, gegoten in 1599 in Den Haag door Coenraet Antonisz. de Jonge, een geschutgieter, die misschien werkte in de geschutgieterij welke toen in het koor van de thans zo prachtig gerestaureerde Kloosterkerk gevestigd was. Onze voorouders plachten na de Reformatie weleens heel raar met de vroegere katholieke godsgebouwen om te springen. Op de kanonnen staan naast mooie versieringen de wapens van heren der Zeeuwse Compagnie, welke van 1598 tot 1601 op Oost-Indië handel dreef. Na 1601 kwamen ze natuurlijk in bezit van de V.O.C.
Maar hoe kwamen deze prachtige stukken in Mataram? In 1616 heeft de Hoge Bataviase Regering beide door een gezant aan de Mataramse vorst sultan Agoeng laten aanbieden: ‘de twee heerlijkste stukken, welke in geheel Indië zijn’, zoals er nooit ‘aan enige potentaat’ geschonken zijn.
De bedoeling was er de vriendschap van de Matarammer door te winnen, maar wat was het resultaat? In 1629, tijdens de tweede belegering van Batavia door de Javanen, werd uit deze twee stukken op de milde gevers geschoten. Ze waren helemaal uit Mataram naar Batavia op karren gesleept die door 12 tot 18 buffels getrokken werden. Maar thans staan ze vreedzaam te pronk op de noorder-aloen-aloen van Solo en dragen de Javaanse namen: Sagara Wana en Sjuhbrasta.

Met het volgende stuk zitten we een beetje in onze maag, nl. het allerheiligste kanon, van oudst bij de Javanen bekend als njai Setomi. Het is een Mataramse rijkspoesaka en wordt op de sitinggil bewaard in een matglazen kast zodat niemand het te zien krijgt. Ik heb weleens door dat matglas pogen te turen maar kon helaas niets onderscheiden. Afbeeldingen ervan ontbreken. Wel is eens een gipsafdruk van een deel (de z.g. kulas) gemaakt en daarvan bestaan weer foto’s. Daaruit weten we dat het een Portugees kanon is, gegoten in de tijd van koning João III van Portugal (1521-57). Op dit Portugees karakter wijst ook de naam, die van São Toma (= St. Thomas) moet zijn afgeleid.
De Portugezen noemden hun kanonnen wel vaker naar heiligen en daarom verbaast het ons niet wanneer een stuk geschut naar de H. Maagd Maria (Maleis: Merjam) heette. Hieruit is te verklaren dat het Maleise woord voor kanon merjam is. Bovendien is St, Thomas de Apostel van Indië, waar hij later heen getrokken zou zijn. Naar hem heten ook de z.g. St. Thomas-Christenen aldaar.
Hoe dit Portugese kanon in Mataram gekomen is kunnen we slechts vermoeden. Misschien is het een geschenk van de Portugezen aan de vorst van Soera-Baja geweest, die omstreeks 1609 uit het toen Portugese Malakka een kanon kreeg. Toen de Matarammers zes jaar later Soera-Baja veroverden viel het stuk vanzelf in hun handen en werd het naar het binnenland gesleept.
Doch waarom het stuk zulk een bijzondere verering geniet is een raadsel. Reeds in 1677, toen de Madoerese rebellen de Kraton plunderden, was zijn faam over heel Java verbreid. In dat jaar werd het met andere kleine stukken naar Kediri gebracht, en toen het volgende jaar de verenigde Nederlandse en Javaanse troepen die oude kratonstad veroverden, viel het weer in handen van de Soenan, die het met de rest van de buit per ossenkar naar Japara liet vervoeren. Vandaar keerde het naar de Mataramse Kraton terug die ondertussen naar Karta-Soera (bij Soera-Karta) verplaatst was. Sedert 1746 prijkt het in de Kraton van Solo. Doch zó groot was de verering die het geniet, dat in 1745 een troep muitelingen alleen maar bij het noemen van de naam teruggedeinsd zouden zijn.


Het grote kanon op de aloen-aloen te solo

Het derde stuk, het grootste, heet kjai Pantjawoera of Sapoe Djagad (die de wereld wegvaagt). Dit geweldige bakbeest is 5.30 meter lang en heeft een kaliber van 36 centimeter. De eerste naam duidt het jaar van vervaardiging aan. Pantjawura kan een afkorting zijn van Pandita tjatoer woeroek Ratoe, wat betekent: “de Leraar spreekt en onderwijst de Vorst”. Doch tevens hebben deze vier Javaanse woorden elk hun cijferwaarde zodat we daaruit het Javaanse jaartal 1547 kunnen distilleren, overeenkomende met het A.D. 1625. Dit klopt prachtig met de grote gebeurtenissen omstreeks dit jaar: de aanvaarding van de nieuwe Soesoehoenans-titel, de verovering van Soera-Baja. Met het gieten van dit monsterkanon wilde de Mataramse vorst zijn Bantamse buurman, die ook een mooi, oud en groot kanon bezat, de ogen uitsteken.
Helaas is het wel een reusachtig, maar geen fraai stuk geworden. Het gietwerk is grof en vertoont scheuren en onregelmatigheden. Toch is het meermalen afgevuurd zonder te springen. Het gaf dan een indrukwekkende knal wat ook een derde naam verklaart: Goentoer Geni, dus vurige donder.
Het afvuren zou slechts bij bijzondere gelegenheden geoorloofd zijn: bij een algemene mobilisatie, bij grote sterfte en bij hongersnood. Kunnen we de eerste gelegenheid als zuiver praktisch beschouwen, bij de andere twee loert de magie of toverij om de hoek. Thans prijkt het op de aloen-aloen tussen de reeds besproken Hollandse stukken. Het is nooit uit Midden-Java weggeweest, want de rebellen uit 1677 vonden het blijkbaar te zwaar.

Behalve njai Setomi in zijn glazen kastje zijn er op sitinggil nog twee geweldige knapen, t.w. Koembarawa en Koembarawi, die blijkens hun namen als een echtpaar beschouwd worden. Ze zijn 5.74 en 5.57 meter lang, hebben een kaliber van 17 en 18 centimeter en bestaan uit een bronzen kern, beslagen met ijzeren repen die nog goed te onderscheiden zijn.
Ditmaal kennen we de herkomst goed. Het zijn geschenken van de Portugese gouverneur van Malakka, die omstreeks 1640 vreselijk in het nauw zat. Hij had dringend hulp nodig tegen de Nederlanders en schonk dus deze twee prachtige kanonnen aan de vijand van de Nederlanders, sultan Agoeng van Mataram. Vergeefs! Reeds het volgende jaar maakten de onzen zich van Malakka meester. Overigens waren deze twee stukken niet van Portugees maaksel, doch zij werden in 1628 op de Atjehers veroverd. Zij waren dus door allerlei handen gegaan eer ze Javaans bezit werden. Ook deze bakbeesten hebben de Kraton nimmer verlaten omdat ze te log waren.

Onder de overige herkenbare kanonnen verdient nog de ijzeren kjai Bringsing vermelding. Daar dit het wapen van de Engelse East India Company vertoont, moet het een Brits kanon zijn en inderdaad reisde in 1641 de Engelse gezant Ralph Cartwright naar de Mataramse Kraton en bood onder meer een stuk geschut aan.

Dan is er het bronzen paar kjai Halus en kjai Nangkoela, beide in 1629 in Den Haag gegoten en die waarschijnlijk door onze Compagnie aan sultan Agoeng’s opvolger, de vermaarde soenan Mangkoe-Rat I Tegal-Wangi bij zijn regeringsaanvaarding werden geschonken, dus in 1646.

Het laatst dat Westers geschut in Javaanse handen overging was zeven jaar later, toen een Javaans gezantschap Batavia bezocht. De ambassadeurs wensten toen voor hun geleverde rijst slechts geschut in betaling te ontvangen. Maar de heren der Compagnie, die hun machtige buurman niet te sterk wilden maken, lieten hen pas in het arsenaal uitzoeken nadat de beste stukken er al uitgehaald waren. Zo kregen ze dan tenslotte 30 stuks tweede kwaliteit mee naar huis, doch van dit dertigtal is er geen een meer onder de nog in en om de Kraton aanwezige stukken te herkennen.
Daarna is het niet meer tot de overdracht van Europees geschut aan de Javanen gekomen. De verzameling bij de Kraton was dus afgerond; er kwam niets meer bij en soms ging er wel eens een stuk verloren, bijv. wanneer de Javanen een kanon te zwaar geladen hadden en het uiteen barstte. Dit is enige malen gebeurd, bijv. in 1652 en in 1741.
Doch wat overbleef is zeer de moeite van het bekijken waard.
Deze indrukwekkende verzameling artillerie weerspiegelt immers de geschiedenis van het Mataramse vorstenhuis op zijn hoogtepunt, in zijn roemrijkste periode tussen 1600 en 1675. Zij vormt de enige stoffelijke herinnering aan een tijd toen Portugal, Engeland en Nederland dongen naar de gunst en vriendschap der machtige Javaanse keizers.



Uit: Wonderlijke verhalen uit de Indische historie
Dr. H.J. de Graaf
1981
Terug naar boven Go down
http://indonesie.actieforum.com
wu

avatar

Aantal berichten : 6613
Registratiedatum : 08-12-08

BerichtOnderwerp: Re: De kanonnen bij de Solose kraton   do 28 okt 2010 - 20:51

aantekeningen van mijn vader bij dit verhaal:

De Madurese rebellen die in 1677 de kraton plunderden stonden onder leiding van Troenodjojo.




(Nooit geweten dat de straat waar de school van mijn broer in Bandung stond naar deze meneer is vernoemd)
Terug naar boven Go down
http://indonesie.actieforum.com
 
De kanonnen bij de Solose kraton
Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1
 Soortgelijke onderwerpen
-
» wat beeldmateriaal

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Indonesië :: Diversen :: Verhalen-
Ga naar: