
Indonesië Informatie- en nieuwsforum over Indonesië en Nederlands-Indië |
|
| | Auteur | Bericht |
|---|
ElEl

Aantal berichten: 3564 Registratiedatum: 08-12-08
 | Onderwerp: Column Akke de Bruijn za 31 dec 2011 - 9:44 | |
| Column Akke de Bruijn | Japè
Regio | 31 december 2011
Papoea's zijn vechtersbazen. Dat zegt 'men'. Yesaya, onze Papoea-gids in de Baliemvallei, in de Indonesische provincie Papua - voormalig Nederlands Nieuw-Guinea - vertelt dat de aanwezigheid van Indonesische militairen ook goede dingen met zich meebrengt: er vinden geen stammenoorlogen meer plaats (maar ja, ze vechten nu wel tegen de militairen die zij als bezetters zien). Hoe dan ook, vandaag gaan we zo'n strijd tussen twee stammen meemaken.
Niet in het echt natuurlijk. Het gevecht wordt speciaal opgevoerd voor toeristen. Zo'n show brengt geld in het laatje voor de Papoea's en dat is hard nodig. Ze hebben naast hun groentetuintjes bijna niets dat inkomen genereert. Dus zitten Henk en ik in een busje op weg naar een mooie opvoering.
Bij aankomst in het dorp komen de Papoea-kinderen direct op ons af, bedelend om snoep (gula gula) en geld (uang). Die snoepjes hebben we onderweg speciaal daarvoor gekocht in een Chinese toko. De volwassenen bietsen sigaretten. Daar zijn Papoea's aan verslaafd. Eenmaal afgetroggeld steken ze de sigaretten direct op. Ik denk: bewaar er toch eentje voor straks, maar dat zal mijn westerse manier van denken wel zijn.
In zijn exploiratieperiode - de jaren 1939-1944- dat mijn vader aan de Wisselmeren diep in het binnenland van toenmalig Nieuw-Guinea vooral bezig was met het gebied ontdekken, het in kaart brengen, en zo de verschillende Papoea-stammen leerde kennen - had hij maar weinig daadwerkelijk opgetreden tegen oorlogvoerende clans. Zo lees ik in zijn boek 'Het verdwenen volk'. Hij probeerde zoveel mogelijk te bemiddelen en als dat niet hielp - wat meestal het geval was - schoot hij als boete een varken dood. Nou, voor een Papoea is er bijna geen grotere straf te verzinnen, behalve dan zelf doodgepijld te worden.
Als mijn vader in 1947 terugkeert aan de Wisselmeren, krijgen hij en de Papoea's met nieuwe Nederlandse bestuursregels te maken. Want na het exploreren van het onbekende binnenland moet er nu 'bestuurd' worden. Iets waar mijn vader niet dol op was. De bevolking kan maar moeilijk aan de nieuwe regels wennen. Zo werd oorlogvoeren verboden. De Papoea's snapten daar niets van. Hoe kon je met een japè (oorlog) stoppen als het aantal doden aan beide zijden nog niet gelijk was?
Dichtbij.nl |
|  | | wu

Aantal berichten: 3329 Registratiedatum: 08-12-08
 | Onderwerp: Re: Column Akke de Bruijn ma 9 jan 2012 - 11:35 | |
| Column Akke de Bruijn | Spijkerbroek Regio | 07 januari 2012
Na het oorlogje spelen (zie vorige column) worden we door de Papoea's die aan het spektakel deelnamen, verwelkomd in hun dorp.Wij zijn bij de Lani's op bezoek, in de Baliemvallei, in het binnenland van Papua, het voormalig Nederlands Nieuw-Guinea, mijn geboortegrond.
Het is jammer dat ik hier geen foto's kan plaatsen, want het zou een goed beeld geven van hoe fantastisch de Papoea's zich hebben geschminkt voor het schijngevecht dat ze ons, toeristen, net hebben geleverd. Die zwarte gezichten, witte verfstrepen op benen en gezicht, grote varkensbotten door hun neus, vogelveren in het haar, dons van de koeskoes (buideldier) als hoofdtooi, halsband van kaurieschelpen, prachtig versierde peniskokers.
Het hoofd van het dorp paradeert met een van onze HEMA-leesbrilletjes op zijn neus trots langs de Papoea-vrouwen en geeft ondertussen instructies voor het varkensritueel. Bij dit onderdeel van onze excursiedag voelt mijn vriend Henk zich zeer ongemakkelijk. Want er zal voor zijn neus een varken doodgepijld worden, en dat is een hele eer. Niet kijken is een belediging.
Het is een naar gezicht. De pijl gaat dwars door het hart en komt aan de andere kant van het lijfje er weer uit. Het varken wordt daarna gevild en in de smoorkuil klaar gestoomd. Als alles achter de rug is, rijden we in het toeristenbusje weer terug naar ons 'resort' in de heuvels buiten Wamena. Een paar Papoea's, nog volledig in strijdtenue, rijdt een stukje met ons mee. Ze worden onderweg afgezet bij de nederzettingen waar ze met hun families wonen.
Tot mijn verbazing blijven er echter twee jonge Papoea-mannen tot het einde bij ons. In het resort stappen ze vrolijk uit en lopen met de twee andere toeristen - mannen uit Vlaanderen - weg naar de hotelkamer. Ik krijg meteen allerlei visioenen, over sekstoerisme. Maar het blijkt dat aan de jonge Papoea's spijkerbroeken zijn beloofd. De Belgen geven hun eigen dure westerse jeans als cadeautje.
's Avonds aan tafel zie ik ze alle vier terug. De Papoea's eten met ons mee. De ene in spijkerbroek, de ander trots in zijn traditionele kleding, slechts een peniskoker. De avonden in de bergen zijn fris. Ik kan het niet aanzien, en sla een vestje om de schouders van de bloterik.
Dichtbij.nl |
|  | | wu

Aantal berichten: 3329 Registratiedatum: 08-12-08
 | Onderwerp: Re: Column Akke de Bruijn ma 16 jan 2012 - 16:40 | |
| Column Akke de Bruijn | Thuis Regio | 12 januari 2012
Waar hoor ik thuis? Nu ik een tijdje heb rondgedwaald op Java (de plek waar mijn Indische vader vandaan komt) en op Papoea (waar ik ooit ben geboren, in Hollandia, toen de hoofdstad van Nederlands Nieuw-Guinea) vraag ik mij dat af, opnieuw. Want ik heb hierover natuurlijk vaker nagedacht.
Toen ik met mijn ouders in 1965 voorgoed terugging naar Nederland, heeft zich een zinnetje in mijn achterhoofd genesteld: zie je wel, ik hoor er niet bij! Voordat je er als kind erg in hebt, gaat zo'n zinnetje een eigen leven leiden. Het wordt een waarheid.
Maar gelukkig kun je daar allerlei trainingen voor doen, en weet ik nu: dat heb ik zo ooit bedacht, als klein meisje, maar het is maar een interpretatie. Een interpretatie die mij nu niets meer oplevert, dus ik haal het zinnetje direct onderuit als het weer oppiept. Maar toch?
Het duurde tot de universiteit dat ik weer volop vrienden had. Het verhuizen van de tropen naar Nederland heeft mij een knauw gegeven destijds. Mijn sociale kinderleven was overhoopgegooid. Het eerste jaar in Driebergen, derde klas lagere school, op Coolsma, voelde ik mij eenzaam, raar. Gelukkig kon ik heel goed leren, en dat was mijn redding. En ik was steeds verliefd. Dan bekijk je het leven met een roze bril.
Toen ik in 2004 een post-hbo-opleiding volgde, moest ik uitbeelden wat 'thuiskomen' voor mij betekende. Ik pakte verf, schaar, papier, tijdschriften, en ging aan de slag. Tot mijn stomme verbazing kwam er dit uit: uitzicht op zee, bergen, eilandjes voor de kust, strand, en tropische bomen? (en een Italiaans terras met lekker eten). Toen begreep ik het. Thuiskomen voor mij is dicht bij de zee zijn, met hoge bergen als veilige rugdekking. Dat was het uitzicht in mijn kinderjaren, acht jaar lang. Ik moet dus dicht bij zee wonen.
Ooit las ik een prachtig gedicht van een kunstenaar in het snoeperige museum Beelden aan Zee in Scheveningen. Geboren in Zeeland, sprak hij over zijn grote liefde voor de zee. Ik snapte hem zo goed. Mijn zee is echter niet de grijze Noordzee, maar de blauwe Stille Oceaan. Vanaf Utrecht is Zandvoort wel stukken dichterbij. Nu de bergen nog.
dichtbij.nl
|
|  | | ElEl

Aantal berichten: 3564 Registratiedatum: 08-12-08
 | Onderwerp: Re: Column Akke de Bruijn ma 23 jan 2012 - 8:23 | |
| Column Akke de Bruijn | Thuis 2
Regio | 23 januari 2012 |
UTRECHT - Thuiskomen in het landschap waar je ooit bent geboren. Daar ging het de vorige keer over. Bij mij betekent dat bergen en zee. Want die combinatie vormde een natuurlijk decor in mijn eerste levensjaren, eerst in Hollandia (hoofdstad van voormalig Nederlands Nieuw-Guinea) en later in Nieuw-Caledonië in de Stille Oceaan.
Dat beeld nestelt zich in je hersenen. Nu hangt het als schilderij bij mij aan de muur in mijn Utrechtse woonkamer. Ik krijg geen genoeg van dat uitzicht. Maar er is natuurlijk ook een thuiskomen bij mensen. En ik zou het bijna vergeten omdat mijn Indische vader en al zijn zussen inmiddels al zo lang geleden zijn overleden, maar toen ik op Java rondreisde voelde ik meteen: hier voel ik mij thuis.
Mijn vader was niet Indonesisch maar Indisch, gemengd Europees-Indonesisch bloed dus, maar heel vaak zag ik mijn vader (bij wijze van spreken) op de markt in Jogyakarta of in een warung in Bandung. Bij Indische mensen voel ik mij thuis. Ook in Suriname. Dat moet ik even uitleggen.
In 2002 vertrok ik voor een jaar naar Paramaribo. Ik werd uitgezonden door de grote welzijnsorganisatie Alcides in Amsterdam, met hoofdkantoor in de Bijlmer (Alcides bestaat trouwens niet meer). Alcides had veel Surinamers in dienst, en ook een paar die in Paramaribo zaten met een Melkert-uitkering (bestaat ook niet meer). Ik moest gaan kijken wat die jongens daar uitspookten en ondertussen nog wat naschoolse projecten opzetten in achterstandswijken als Sophia's Lust en Pontbuiten.
Beide zaken lukten moeizaam. Mijn werkmentaliteit past niet bij die van de meeste Surinamers. Gezellig vond ik het wel! Maar ik miste iets. Ten eerste is Paramaribo wel tropisch, maar er zijn geen bergen (ja, diep in het binnenland) en een blauwe zee is er al helemaal niet. Alleen een grote grijze modderige Suriname-rivier. Het gevoel van thuiskomen kreeg ik pas toen ik de Javaanse gemeenschap in Paramaribo ontdekte, in de wijk Blaauwgrond (2xa), daar eind negentiende eeuw neergestreken als contractarbeiders uit het toenmalig Nederlands-Indië. In Jayapura (het vroegere Hollandia, nu hoofdstad van Papua) zijn er heel veel Javanen. Die drukken de Papoea's weg uit hun eigen leefgebied. Dat is verschrikkelijk, maar ik voel me er thuis.
Dichtbij.nl |
|  | | ElEl

Aantal berichten: 3564 Registratiedatum: 08-12-08
 | Onderwerp: Re: Column Akke de Bruijn zo 29 jan 2012 - 10:25 | |
| Akke de Bruin op zoek naar haar roots
Regio | 29 januari 2012
UTRECHT - Van de Baliemvallei vliegen we terug naar Jayapura, hoofdstad van de Indonesische provincie Papua, ooit Nederlands Nieuw-Guinea, mijn geboorteplek. We zijn weer te gast bij Marijke.Deze Nederlandse vrouw werkt en woont hier al meer dan veertig jaar. Ik vind haar leuk. Ze doet mij aan mijn moeder denken.
Nederlanders die jarenlang in de tropen werken, krijgen een tik van de molen zou je kunnen zeggen. Ik houd daar van. Want ze zijn rommeliger, chaotischer, minder gestructureerd, flexibeler, ruimdenkender, en dat allemaal in de goede zin van het woord. Het kan ook niet anders, want de tropische hitte doet haar werk. Er is altijd ongedierte, mieren lopen over het aanrecht, een slang hangt plots uit de dakgoot. Kleren en boeken beschimmelen binnen de kortste keren door de hoge luchtvochtigheid, zweten doe je altijd, je voelt je nooit lekker fris (tenzij je van de ene naar de andere aircoruimte gaat). Je moet je er gewoon niet druk om maken.
Marijke woont tussen de Papoea's. Dus niet in een dure villawijk met dikke muren eromheen en slagbomen met bewaking om de inbrekers buiten de deur te houden, zoals veel expats (mensen die gedurende langere tijd in het buitenland verkeren en daar vaak door een internationaal opererende organisatie zijn gestationeerd). Marijke is ooit getrouwd geweest met een Papoea. Samen hebben ze drie zonen. Eentje woont in Nederland, de andere twee zijn in Papua gebleven. Ze is net oma geworden en geniet volop van haar kleindochter.
Als leidinggevende van het Vrouwencentrum P3W van de Evangelisch Christelijke Kerk in Papoea is Marijke altijd bezig met de emancipatie en het zelfbewustzijn van Papoea-vrouwen. P3W heeft drie locaties in Papua: in de hoofdstad, in de Vogelkop en in de Baliemvallei. Jonge vrouwen vanuit heel Papua, tussen de 18 en 25 jaar, zitten er een jaar intern en volgen lessen over gezondheid (ondermeer aids-problematiek), opvoeding, huiselijk geweld, zelfstandig ondernemen.
Ze leren lezen en schrijven, gezond koken, hun eigen kleren naaien. Na dat ene jaar gaan al deze vrouwen terug naar de streek waar ze vandaan komen om daar plaatselijk sociaal-maatschappelijk werk te doen. Stuw een volk op in de vaart der volkeren, en begin bij de vrouwen.
Reageren? Mail naar: redactie@onsutrecht.nl
Dichtbij.nl |
|  | | ElEl

Aantal berichten: 3564 Registratiedatum: 08-12-08
 | Onderwerp: Re: Column Akke de Bruijn za 25 feb 2012 - 0:08 | |
| Akke de Bruijn op zoek naar haar roots | Regio | 25 februari 2012 | bron: Ons Utrecht  Toen wij aan deze reis begonnen, op zoek naar mijn roots op Java en voormalig Nederlands Nieuw-Guinea, nu de Indonesische provincie Papua, hadden Henk en ik Jakarta links laten liggen. Direct na aankomst op het vliegveld Soekarno-Hatta waren we naar Bogor doorgereden om daar in een heerlijke pension uit te rusten van de vliegreis. We wilden zo snel mogelijk weg uit die vieze stad. Nu, vlak voor onze terugkeer naar Nederland, nemen we twee dagen de tijd om iets van Jakarta te proeven. Ik kan het oude Batavia natuurlijk niet overslaan, met een familiegeschiedenis die doorspekt is van 'ons' Indië. Mijn overgrootvader van vaderskant, Johannes Hendricus de Bruijn, was op januari 1855 met zijn vrouw Sarah Elisabeth Maria Meijer naar Java geëmigreerd om een toekomst in de suikercultuur op te bouwen. Ze vertrokken met het Nederlandse barkschip 'Staatsraad van der Houven' onder kapitein F. Heymeriks uit Rotterdam naar Soerabaja. Het schip voer zonder stroom, geheel afhankelijk van de wind, om Kaap de Goede Hoop. Het einde van de reis van bijna zes maanden kwam op 16 mei 1855, toen ze in Batavia voet aan wal zetten. Ze zouden niet meer naar Holland terugkeren. Mijn overgrootvader hield van deze reis een manuscript vol notities bij, 'welke', zo besluit hij zijn dagboek 'zij mogen voor elk ander onverschillig of van geen waarde zijn, zij zullen dit toch niet zijn, geloof ik, voor degeen voor wien ik ze bewaarde'. Nu liggen de papieren in een plastic strandtas van Nivea bij mijn bed. Mijn vader heeft het dagboek doorgespit, nu ik. Straks mijn dochter? Het raakt me diep de verhalen van mijn overgrootouders Jan en Saartje te lezen. Ik voel het familiebloed door mijn aderen bruisen. Dat zeg ik niet om interessant te doen. Dichtbij.nl |
|  | | ElEl

Aantal berichten: 3564 Registratiedatum: 08-12-08
 | Onderwerp: Re: Column Akke de Bruijn za 28 apr 2012 - 10:45 | |
| Column Akke de Bruijn | Schatgraven
REGIO | 28 april 2012 | reageer | Door de dichtbijredactie (Ons Utrecht)
UTRECHT - Als ik binnenloop bij Prins, het buurtrestaurantje, zitten Raymond en zijn vriend Gerard al aan tafel op mij te wachten. Ik heb een afspraak met de 'regenwoudtrotter', zoals Raymond zichzelf in zijn kennismakingsmail noemde. Hij wil de expeditie 'Jungle Pimpernel' gaan opzetten in de Indonesische provincie Papua, en de tocht door de jungle nalopen die mijn vader in 1944 met zijn lijfgarde vanaf de Wisselmeren maakte op de vlucht voor de Jappen die hem achterna zaten.
Een voettocht van 95 dagen die eindigde aan het Hagersmeer waar mijn vader, zijn radioman Rudi Gout en zijn groep uiteindelijk door twee Catalina's (watervliegtuigen) werden ontzet en naar het veilige Australië werden overgebracht. Het huidige Papua heette toen Nederlands Nieuw-Guinea. Jungle Pimpernel is de bijnaam die de schrijver Anthony van Kampen aan mijn vader gaf. Het is ook de naam van het boek waarin hij de periode beschreef dat mijn vader als jonge bestuursambtenaar aan de Wisselmeren werkte gedurende WO II. Raymond was als kleine jongen gebiologeerd door het boek Jungle Pimpernel dat bij zijn opa en oma in de kast stond. Nu zit hij aan tafel tegenover de dochter van Jungle Pimpernel. Zijn ogen schitteren.
Ik vind het ontroerend. Pas in 1995 gaat Raymond het boek daadwerkelijk zelf lezen. Via internet zoekt hij naar sporen in Papua. Een hele prestatie: het WorldWideWeb en de zoekmachines staan nog in de kinderschoenen. Hij stuit op een paar Belgische biologen die bij de Wisselmeren onderzoek doen naar insecten. Deze wetenschappers willen Raymond graag helpen de expeditie voor te bereiden.
Een van de Belgen laat weten dat hij gesproken heeft met een stamoudste van de Moni, de Papoea's die hoog in het Centrale Bergland bij de Wisselmeren wonen. Deze man, dan 86 jaar oud, blijkt mijn vader nog gekend te hebben. De Moni-man vertelt dat mijn vader op zijn vlucht voor de Jappen een 'schat' heeft begraven die tot de dag van vandaag nooit is teruggevonden. Raymond wil in de voetsporen van mijn vader die schat gaan zoeken.
Ik moet lachen. De 'schat' zal vermoedelijk uit kauri-schelpen bestaan, destijds het betaalmiddel in het binnenland van Nieuw-Guinea. Nu betalen de Papoea's met Indonesische rupiahs. Een schat? Schattig.
Dichtbij.nl |
|  | | Duinkonijn

Aantal berichten: 585 Registratiedatum: 19-05-09 Leeftijd: 67 Woonplaats: In de duinen bij Haarlem, maar geboren in Batavia
 | Onderwerp: Re: Column Akke de Bruijn zo 29 apr 2012 - 0:03 | |
| Een Moni man:  DK |
|  | | ElEl

Aantal berichten: 3564 Registratiedatum: 08-12-08
 | Onderwerp: Re: Column Akke de Bruijn za 5 mei 2012 - 15:00 | |
| Column Akke de Bruijn | Stadhuis
REGIO | 05 mei 2012 | 1 | Door de dichtbijredactie (Ons Utrecht)
UTRECHT - Na mijn gesprekken met Raymond uit Almere die in 2013 de expeditie Jungle Pimpernel wil organiseren - de reis die mijn vader in 1944 aflegde in het Centrale Bergland van voormalig Nederlands Nieuw-Guinea, nu Papua - pak ik mijn zoektocht naar Nederlandse vrouwen weer op.
Vrouwen die in hun jonge jaren vlak na WO II naar Nederlands Nieuw-Guinea trokken om daar in dat uiterst primitieve land - toen vooral bekend om zijn malaria, ondoordringbare jungles, peniskokers en koppensnellers - te gaan werken als verpleegster, onderwijzeres, zendelinge of missiezuster. Of ze gingen als 'vrouw van' en volgden vaak met kleine kinderen hun mannen die daar vanuit de Nederlandse regering, oliemaatschappij, of marine werden gestationeerd.
Deze vrouwen wil ik interviewen om zo een beeld krijgen van het leven dat zij in zo'n ver en vreemd land leidden. De interviews gaan een boek vormen, een eerbetoon aan mijn inmiddels overleden moeder, Gé Botma. Op eigen verzoek liet zij zich door het Rode Kruis in 1946 naar Nieuw-Guinea sturen. Daar leerde ze mijn vader kennen. En zo werd ik in 1956 tussen de Papoea's geboren. En wie kan mij beter in de wereld van de Papoea's en het oude Nieuw-Guinea binnenleiden dan Nancy Jouwe, directeur van Kosmopolis Utrecht en dochter van Papoea-leider Nicolaas Jouwe. Onze vaders waren bevriend. Ik noem haar vader dan ook 'oom Nicolaas'.
Oom Nicolaas was in 1962 met zijn gezin naar Nederland gevlucht, toen Nieuw-Guinea via VN-bestuur werd overgedragen aan Indonesië. Niet alleen alle Nederlanders (onder wie mijn ouders) maar ook veel Papoea's die een actieve rol hadden gespeeld in de opbouw van het gebied, moesten voor hun eigen veiligheid toen het land uit. Dat is dit jaar precies 50 jaar geleden.
Nancy, net zo politiek actief als haar vader destijds, heeft dit historische moment aangepakt en het fotoboek 'Paradijsvogels in de Polder' uitgebracht met 35 portretten (en interviews van Eva Prins) van drie generaties Papoea's in Nederland. Centraal staat de vraag: hoe is het de Papoea's vergaan in Nederland sinds 1962? Aan het boek is een gelijknamige fototentoonstelling gekoppeld die de hele maand mei in het Stadhuis van Utrecht is te zien. Natuurlijk ga ik kijken. Van Nancy ga ik nog veel leren.
Dichtbij.nl |
|  | | wu

Aantal berichten: 3329 Registratiedatum: 08-12-08
 | Onderwerp: Re: Column Akke de Bruijn do 17 mei 2012 - 21:29 | |
| Column Akke de Bruijn | Radio
REGIO | 17 mei 2012 | Door de dichtbijredactie (Ons Utrecht)
UTRECHT - 'De moeders van Hollandia'. Zo noem ik mijn boek over de Nederlandse vrouwen die in de periode 1945-1962 naar het voormalig Nederlands Nieuw-Guinea vertrokken, nu de Indonesische provincie Papua.
De afgelopen maanden ben ik bezig geweest deze vrouwen op te sporen. Er zijn er nog die er persoonlijk over kunnen vertellen. Dat worden mooie interviews. Vorige week vertelde ik over Riekje, 93 jaar, die in 1947 met drie kleine kinderen haar man achterna reist en tot 1962 in Hollandia - voormalig hoofdstad van Nieuw-Guinea, nu Jayapura - zal blijven. En ik praat met Aleida, Roelie, Loes, Jeanne, Emmy en Ine: maatschappelijk werkster, verpleegster/anesthesiste, onderwijzeres, medewerkster van het ministerie van Binnenlandse Zaken, of 'vrouw van'. Ik zal in mijn volgende columns kort bij hun verhaal stilstaan.
Maar nu eerst iets over Judith Emmert. Ik ontving afgelopen jaar (deze week alweer column nummer 53) regelmatig post van lezers die enthousiast reageerden op mijn columns. Maar nog nooit was ik gevraagd om in een radioprogramma te komen optreden. Judith is eindredactrice van het programma Rasa Senang op Radio Ridderkerk. Ze heeft zelf jarenlang op Nieuw-Guinea gewoond en is er op de een of andere manier achtergekomen dat ik in deze krant wekelijks vertel over de zoektocht naar mijn roots op Java en op Nieuw-Guinea.
Haar stem op mijn voicemail klinkt zo vertrouwd Indisch. Ik moet direct aan mijn Indische vader denken, die helaas al in 1979 overleed. Judith is reuze benieuwd naar het verhaal van Jungle Pimpernel, mijn vader dus, en de jaren die hij met de Papoea's gedurende WO II aan de Wisselmeren doorbracht met de Jappen op zijn hielen.
Ik google op Radio Ridderkerk en lees op de website dat de samenstellers van Rasa Senang aandacht besteden aan de Indische Nederlanders. In het programma wordt 'de klamboe der vergetelheid die over de geschiedenis van Indonesië hangt' opgetild. De presentatoren geven informatie over alles wat met het oude Indië en het huidige Indonesië te maken heeft. Tussendoor draaien ze muziekjes. Artiesten, auteurs, kunstenaars, ondernemers zijn regelmatig te gast in 'Rasa Senang'. Op 23 mei schaar ik me in hun rijtje. Rasa Senang is elke woensdagmiddag van vijf tot zes uur te beluisteren op 105.7 FM.
Dichtbij.nl |
|  | | ElEl

Aantal berichten: 3564 Registratiedatum: 08-12-08
 | Onderwerp: Re: Column Akke de Bruijn za 19 mei 2012 - 13:06 | |
| Column Akke de Bruijn | Radio
REGIO | 17 mei 2012 | Door de dichtbijredactie (Ons Utrecht)
UTRECHT - 'De moeders van Hollandia'. Zo noem ik mijn boek over de Nederlandse vrouwen die in de periode 1945-1962 naar het voormalig Nederlands Nieuw-Guinea vertrokken, nu de Indonesische provincie Papua.
De afgelopen maanden ben ik bezig geweest deze vrouwen op te sporen. Er zijn er nog die er persoonlijk over kunnen vertellen. Dat worden mooie interviews. Vorige week vertelde ik over Riekje, 93 jaar, die in 1947 met drie kleine kinderen haar man achterna reist en tot 1962 in Hollandia - voormalig hoofdstad van Nieuw-Guinea, nu Jayapura - zal blijven. En ik praat met Aleida, Roelie, Loes, Jeanne, Emmy en Ine: maatschappelijk werkster, verpleegster/anesthesiste, onderwijzeres, medewerkster van het ministerie van Binnenlandse Zaken, of 'vrouw van'. Ik zal in mijn volgende columns kort bij hun verhaal stilstaan.
Maar nu eerst iets over Judith Emmert. Ik ontving afgelopen jaar (deze week alweer column nummer 53) regelmatig post van lezers die enthousiast reageerden op mijn columns. Maar nog nooit was ik gevraagd om in een radioprogramma te komen optreden. Judith is eindredactrice van het programma Rasa Senang op Radio Ridderkerk. Ze heeft zelf jarenlang op Nieuw-Guinea gewoond en is er op de een of andere manier achtergekomen dat ik in deze krant wekelijks vertel over de zoektocht naar mijn roots op Java en op Nieuw-Guinea.
Haar stem op mijn voicemail klinkt zo vertrouwd Indisch. Ik moet direct aan mijn Indische vader denken, die helaas al in 1979 overleed. Judith is reuze benieuwd naar het verhaal van Jungle Pimpernel, mijn vader dus, en de jaren die hij met de Papoea's gedurende WO II aan de Wisselmeren doorbracht met de Jappen op zijn hielen.
Ik google op Radio Ridderkerk en lees op de website dat de samenstellers van Rasa Senang aandacht besteden aan de Indische Nederlanders. In het programma wordt 'de klamboe der vergetelheid die over de geschiedenis van Indonesië hangt' opgetild. De presentatoren geven informatie over alles wat met het oude Indië en het huidige Indonesië te maken heeft. Tussendoor draaien ze muziekjes. Artiesten, auteurs, kunstenaars, ondernemers zijn regelmatig te gast in 'Rasa Senang'. Op 23 mei schaar ik me in hun rijtje. Rasa Senang is elke woensdagmiddag van vijf tot zes uur te beluisteren op 105.7 FM.
Dichtbij.nl |
|  | | |
| | Permissies van dit forum: | Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
| |
| |
| |
|