Jan Huigen in de ton.... eh sorry, neem me niet kwalijk, verschrijving van me. Mea culpa.
Ik bedoel natuurlijk Siegfried Huigen en die is Zuid Afrika c.q. VOC specialist en m.i. vrijwel onbekend met het "dagelijkse literaire" Indië.
Zijn benadering van wat ie in godesnaam ook moge bedoelen, is te wetenschappelijk en hij kent (ook weer m.i.) Indië slechts uit de verbanden die de VOC had met Kaap de Goede Hoop en Indië en aanverwante geschriften erover.
Hij werkt momenteel aan het "wetenschappelijk werk" van Francois Valentijn.
OK, daar gaat ie dan wie Francois was.
Deel recensie uit wikipedia.
----------------------------
Dit werk bestaat uit vijf delen, 5144 bladzijden en 1050 illustraties en geeft een gedetailleerd overzicht van de geschiedenis van de VOC. Hij schreef over alle gebieden waar de Nederlanders handel dreven, maar eilanden en kusten staan op de voorgrond. Het bevat allerlei geografische, historische, juridische, politieke, en botanische beschrijvingen. Daarnaast geeft het werk een beeld van hoe een zeventiende-eeuwer tegen andere culturen aankeek.
Het werk wordt gekenmerkt door ijdelheid, willekeur, onevenwichtigheid en het gebrek aan systematiek. De helft gaat over de Molukken; over China, de Malabarkust en Bengalen wijdt hij nauwelijks uit. Niettemin heeft 'Oud en Nieuw Oost Indiën' tot begin deze eeuw gegolden als een standaardwerk op het gebied van de verschillende culturen van het verre Oosten. Er zijn weinig boeken waaruit zo vaak geciteerd wordt als uit Valentijn.
Ook Valentijns gevoel voor humor is befaamd. De kans om een mooi verhaal te vertellen laat hij niet snel glippen, ook al heeft het niets te maken met waar het op dat moment over gaat. Sommige beschrijvingen zoals de man die drie keer gehangen werd, zijn pure slapstick.[3]
Illustratief is tevens de volgende passage, met daarin een beschrijving over de lokale gebruiken van hottentotten: Hoewel ik hier en daar in 't jaar 1714 nog al Hottentots en Hottentottinnen gezien hebben, welke laatsten zich veeltyds met het graven der voornoemde wortelkens bezig hielden, zynde meelt met een kleidn kind op den rug in eenige lappen en vellen beladen, dat zy, wanneer het schreit, maar een van haare lange borsten over den rug gewoon zijn toe te werpen. [4]
(In het hoogseizoen van den winter, als den slooten volledig gevuld zijn met eene lading ijs, zodat alweder er eene elfstedentocht geschaatst kan worden, zoude eene zulken rug behangen met haare lange borsten, best wel eens voor eene extra warmen toestand kunnen zorgen voor den schreieling.)