Indonesië

Informatie- en nieuwsforum over Indonesië en Nederlands-Indië
 
IndexKalenderFAQRegistrerenInloggen

Deel | 
 

 IJzeren avonturen met het ijzeren paard (1)

Ga naar beneden 
AuteurBericht
cybercop0

avatar

Aantal berichten : 29
Registratiedatum : 26-01-09
Woonplaats : arnhem

BerichtOnderwerp: IJzeren avonturen met het ijzeren paard (1)   za 21 maa 2009 - 16:17

De fiets heeft door de uitgebreidheid en duurte van het Robinsongezin en het benepen leven des vaderlijken beurs pas zeer laat zijn intrede gedaan in onze dierbare familie. Tenminste als privé eigendom van de avant-garde.

De enige die een fiets had was Pa, maar die was zwaar nodig voor kantoor. Hoewel Pa vaak opsneed over de onverwoestbare eigenschappen van zijn Iron Horse, mochten wij er nauwelijks naar wijzen, laat staan erop rijden. Want zoals bij Atilla geen gras meer groeide, waar hij zijn voet gezet had, bleef bij ons niets heel waar wij onze slanke Indische vingertjes aan gezet hadden. Ma noemde het tangan panas. Ja, gooi maar in het pulletje!

Zou het noodlot ons voorbestemd hebben om pas te fietsen als er reeds baarden en knevels ontsproten aan onze gladde ovale kindergezichtjes? Ach hoe kèn. Wij konden toch ook zwemmen, al waren er geen zwembaden? We konden toch vis vangen zonder hengels, en poejoe (veldhoentjes) jagen zonder geweer? Wie geen permissie heeft moet slim zijn. En het Lot dat ons enerzijds met strenge ouders begiftigd had, had de natuur gezegend met een dagelijkse hittegolf, die alle vaderen en moederen in de Gordel van Smaragd tussen één en vier uur 's middags bewusteloos teneer sloeg, zodoende creërend het Instituut voor Zelfonderricht voor de Indische jeugd.

Als Pa en Ma na de zware rijsttafel groggy de slaapkamer opzochten terwijl Tjalie en Sander zoet over hun huiswerk gebogen zaten, daalde de rust neer op Robinsonhorst, zwaar als een loden deksel over smoorhete Ang Sioe Hie.

Maar tien minuten later slopen de heren Tjalie en broeder voornoemd al het hek uit met Paatjes fiets aan de hand. Om twee straten verder de nobele fietskunst in te studeren. De fiets was weliswaar zo hoog, dat je zelfs zittend op de bagagedrager niet bij de pedalen kon, maar in dit land is de "kolong"-methode de geijkte manier van stalen mustangs temmen: één beentje door het frame, het lichaampje in een zijdelingse S-bocht en half hangend aan het stuur.

Tjalie en Sander sloegen dus braaf aan het kolongen, trofee na trofee toevoegend aan hun dunne, zwarte, veel gedecoreerde beentjes, Sander en passant een tand kwijt rakend, maar met een grote moed en doorzettingsvermogen geen beter denkbare zaak waardig.

Welbeschouwd is fietsen een hele kunst als je het nog niet kent. Je moet je evenwicht houden, je moet tegelijkertijd draaien met je benen en sturen met je handen. Bovendien moet je kijken naar voor en horen naar achter en als vriendjes of meisjes passeren moet je stoer kijken. Tenslotte moet je er altijd om denken dat de fiets van Pa is en heel terug moet komen, anders verlies je je eigen heelheid.

Het merkwaardige is dat zelfs de breedste straat opeens smal wordt en dat er erg veel bomen zijn, waar je als een hondje altijd op af koerst. Sommige obstakels, zelfs dikke mensen, blijken erg hard te zijn, vooral als ze gekwetst worden zowel in waardigheid als aan den vleze. Andere dingen weer, bij voorbeeld stevige tuinpoortjes zijn opeens erg breekbaar. Als je eventjes maar er tegenaan leunt, vallen ze met ontstellend geraas in elkaar. Een tennisbaan kan je anders met veertig voetballende jongens bevolken en je merkt nauwelijks dat er gaas omheen staat, maar als je erop leert fietsen ben je aldoor maar ge-goeloeng als een badjing en soms val je "tjrot!" zo maar d'r door, geloof-je!

Nou zou je zeggen: 's middags van één tot half vier slapen alle mensen. Maar daar vergis je je lelijk in. Slapen doen (Goddank!) alleen Pa en Ma. Maar verder lopen er allerlei heren en dames van allerlei ras en leeftijd op straat. Ze lopen altijd koppig midden op de zijkant van de weg en zijn of stokdoof of eigenwijs. Natuurlijk weet je wel wat je doen moet. Je hebt zelfs keus tussen vier handelingen: bellen, remmen, opzij sturen of van je fiets springen. Maar zulke mensen benader je van achter altijd ongelooflijk traag, zodat je alleen kunt blèren: "Bang, awas bang!!" of "Noempang, Neng! Noempáááng!!"

Maar in verband met vorenvermelde doofheid hebben zulke smartkreten geen effect en meestal verricht je alle vier handelingen tegelijkertijd als je al met je voorwiel tussen andermans pedes apostolorum zit, waarop de apostel altijd heel andere handelingen verricht, soms zeer origineel. Heb je wel eens een klap met een tongkol (zeevis) gehad? Ik wel. Zo'n zuchtje van de zilte zee midden op het land is altijd zeer verrassend, zij het in dit geval ook nog "njaring" wat je noemt (suizebollend).

Bovendien bezigde de getroffen tante een Groot Indonesisch vocabularium van Spaans gepeperde termen aan mij en mijn voorgeslacht, althans aan mijn nènèk mojang, zodat ik weken lang geen sambal goreng ikan kon luchten of zien. Meestal werd mij onder deze omstandigheden de breedte van de straat getoond, dewelke altijd op dat moment verbazingwekkend ruim. De Magie van het Oosten wat je noemt.

Lastiger was altijd het benaderen van een tegemoet komende wandelaar. Evenals in de rekenboekjes van Scholte gaat A met een zekere snelheid van P naar Q en B met een andere snelheid van Q naar P. Alleen het "Wanneer passeren zij elkaar?" klopt niet. Want er komt tanggoeng een botsing. Eerst gaat de fiets van B naar mijnheer (of mevrouw) A, even onverklaarbaar als het zich begeven van een papiertje naar gewreven barnsteen (al heet dat Elektra).

De fout is altijd dat A altijd opzij gaat, als B ook juist die kant opzij gaat. Twee seconden gaan allebei koeda kèpang spelen met wilde kreten. En dan komt onvermijdelijk de eind-symphonie: "Goebrak! Ketjebrèt!" Soms ook rakelings mis. Eén keer bestormde Sander op zo'n manier een dame met parasol. In doodsnood greep Sander naar de pajoeng en tante naar de fiets. Dapet allebei. Toen draaiden ze zich om en keken elkaar wel een minuut lang aan met mata melotot: de tante met de fiets en Sander met de pajoeng. Na, gampang deze. Ruilen en doorgaan.

Maar Sander leerde erg moeilijk. Hij was het ook, die de toekang tjientjao ramde, maar het was de schuld van de verkoper, die met zijn twee tonnetjes de halve weg in beslag nam. Hoe dan ook, dar zat Sander op de nek van de verkoper en een halve ton glibber-groen op straat. Stop. Tahan speda-nja. Eerst over de brug komen. Mana bisa, siapa poenja salah! Niks mee te maken. Eerst één-vijftig! Eén-vijftig was voor die dagen een ontzettend bedrag. Ik tracteerde Sander vast op een paar vuistslagen, maar de man liet zich niet vermurwen.

We schatten de hoeveelheid gestorte tjientjao en kwamen op hooguit een kwartje en na lang loven en bieden werden we het tenslotte eens op een halve pop. Maar waar die halve pop vandaan gehaald? Uit Moeder's kast zei Ringeling. Daar moest Tjalie weer voor opdraaien. Terwijl Sander de fiets bewaakte, begaf ik mij huiswaarts, sloop de slaapkamer binnen, opende onhoorbaar Moeder's kast en nam er zeer voorzichtig mijn spaarpot uit, een schoon Neurenbergs ding met een kabouter erop en gevuld met onbedachtzame financiële geschenken van Ooms en Tantes, die door Pa en Ma altijd onverbiddelijk naar het stenen potje werden verwezen. Hoe dan ook, bloedeigen eigendom.

Dan een haarspeld van Ma van de wastafel, op de tenen naar buiten en korèkken in de gleuf. Ach Here, Here, sta me bij, wat duurt dat lang; waarom zijn spaarpotten toch geschapen met van die dunne gleufjes - pats, een dup! En maar weer door korèkken en bidden dat de ouwelui niet wakker worden - tjrot, een soekoe eruit. De hemel zij geloofd! Op de tenen terug met spaarpot en haarspeld en weer weg gedraafd naar de plaats des onheils. Zat Sander daar rustig glaasjes tjientjao te vreten.

Hoeveel? Pas zes. Pats, een trap tegen zijn derrière! Flèr, een klets tegen zijn gladde knikker. Ik zal me daar bloed zweten in de slaapkamer en hij lekker tjientjao slobberen als een varken. En dan! Dorstig si! En waarom hij dan de tjientjao niet van de straat had opgelikt. Fijne meneer, lustte dat niet! Ik rukte hem het glaasje uit de handen en dronk de laatste helft op en bestelde dan nog vier glaasjes om het dubbeltje vol te maken. En toen had ik nog maar vier-en-een-half glas tegen hij vijf-en-een-half. En nota bene bij vergissing nog uit mijn spaarpot door alle zenuwachtigheid. Maar dat zou wel weer overgeheveld worden straks. De tjientjao-verkoper af met zijn soekoe en de zegen van Grietjes. Leren fietsen was een kostbare grap.

Verklarende woordenlijst:

tangan panas = ongelukshand in tegenstelling met tangan dingin = gelukshand
ang sioe hie = rode, hete, Chinese spijs
kolong = holte of gat onder iets. kolong van de fiets = opening in het frame
goeloeng = oprollen. De badjing (het klapperrotje) wordt in Indonesië gehouden in een rolkooi van gaas
Bang, awas bang = man pas op man!
Noempang Neng, noempang = opzij lieve vrouw, opzij!
nènèk mojang = voormoeder (in vulgair gebruik)
sambal goreng ikan = gepeperd visgerecht
tanggoeng = gegarandeerd
koeda kèpang = dans met houten paardjes
dapet = beet
mata melotot = uitpuilende ogen
tjientjao = gelatine-achtige drank, aftreksel van bladeren, zeer verkoelend
tahan speda = fiets aanhouden
mana bisa, sapa poenja salah! = hoe kan dat; wiens schuld is het
korèk - peuteren, wroeten
soekoe = halve gulden
toekang sajoer = groentenboer
deleman = soort dogcar
Mèstèr - Meester Cornelis, het huidige Djatinegara
klojang = lomperd (jargon)
goejoer - stortbad
tangsi = kazerne
djèm = afleiding van djempol = duim-op! geweldig
rontok (van tanden) = uitvallen

Uit: Piekerans van een straatslijper
Auteur: Tjalie Robinson
Terug naar boven Ga naar beneden
 
IJzeren avonturen met het ijzeren paard (1)
Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Indonesië :: Diversen :: Verhalen-
Ga naar: