Indonesië

Informatie- en nieuwsforum over Indonesië en Nederlands-Indië
 
IndexKalenderFAQRegistrerenInloggen

Deel | 
 

 Les 5/Latihan lima/Pasar, boleh tawar?

Ga naar beneden 
AuteurBericht
Pengopi

avatar

Aantal berichten : 68
Registratiedatum : 08-12-08

BerichtOnderwerp: Les 5/Latihan lima/Pasar, boleh tawar?   di 6 jan 2009 - 21:03

LATIHAN NOMOR LIMA – OEFENING NUMMER VIJF.

Eerst even dit:
Uit mijn allereerste lesboek; .Indonesische woorden in het begin, het beste eerst heel rustig (desnoods in begin zonder klemtoon) uitspreken, de woorden en zinnen in een gelijkmatig tempo uitspreken. KLEMTOON valt bijna altijd op de VOORLAATSTE lettergreep
Snel of langzaam moeten uit(spreken? In het begin zeer zeker langzaam, zoals je ook met Engels of Frans of welke taal ook die je leert, zal doen. De snelheid van (uit)spreken komt later vanzelf wel.

EENVOUDIGE ZINNEN.
Met een paar woorden kun je in het B.I. al volledige zinnen maken:
Saya ke pasar = ik ga/ging naar de/een markt
Saya beli buah = ik koop/kocht een vrucht
Bapak beli buah-buahan = Meneer koopt/kocht fruit
Ibu beli nanas = Mevrouw koopt/kocht ananas
Saya mau beli rumah besar = ik wil/wilde een groot huis kopen.

In bovenstaande zinnen vallen enige bijzonderheden op:
>zinnen zonder een werkwoord zijn gewoon.
>werkwoorden worden niet vervoegd naar enkel- of meervoud.
>werkwoorden worden niet vervoegd naar tegenwoordige of verleden tijd (tenzij uit context anders blijkt, vertaalt men tegenwoordige tijd.
>werkwoorden worden bij elkaar gezet.
>zelfstandige naamwoorden hebben geen lidwoord (de, het, een)
>bij zelfst.naamwoorden geen onderscheid tussen enkelvoud en meervoud
>verdubbeling zelfst.naamwoorden geeft meervoud aan of verscheidenheid (laatste komt veel later)
>Is in context sprake van meervoud (bijvoorbeeld 2 huizen/dua rumah) dan geen verdubbeling v.zelfst.n.w.
>Bijvoeglijk naamwoord wordt achter het zelfstandig naamwoord gezet.

Lijkt aanvankelijk ingewikkeld, maar valt reuze mee hoor, went snel, dit is 1e grammatica.

DI PASAR / OP DE MARKT.
Ibu mau ke pasar, mau beli pisang.
(Ieboe mau ke pasar, mau belie piesang) <ke + belie, stomme e>
Mevrouw wil naar de markt, (zij) wil bananen kopen.

Ibu : Pak, saya mau beli 3 (tiga) pisang. Berapa harganya?
(Iboe: ( Pak, saajaa mau belie tiegaa piesang. Brapa harganjaa?) <g, harganya, zachte k, Engels ‘go’, k eind woord pak amper zeggen>
mevr.: meneer, ik wil 3 bananen kopen. Hoeveel kost het/Wat is de prijs?

Penjual: Harganya murah Bu, 8 (delapan) rupiah.
(Pendjoe-al : Harganjaa moerah Boe, delapan roepiah)
Verkoper: De prijs is laag/goedkoop mevrouw, acht rupiah.

Ibu: Itu mahal ya !! 4 (empat) rupiah boleh?
(Ieboe: Ietoe mahal ja !! empat roepiah bolèh?) <empat stomme e>
mevr. : Dat is duur ja !! mag het voor 4 rupiah?

Penjual: Tidak bisa Bu, tetapi kalau mau 5 (lima) pisang, bisa 9 (sembilan) rupiah.
(Pendjoe-al: tiedak biesaa Boe, tetaapie kalau mau 5 (liemaa) piesang, biesaa 9 (sembielan) roepiah)
Verkoper: (dat) kan niet mevrouw, maar als u 5 bananen wilt, kan het voor 9 rupiah.

CONTOH (tjontoh) = VOORBEELD.
Saya ke pasar = ik ga/ging naar de markt.
Sudah (soedah) = al, reeds, klaar, over.
Saya sudah ke pasar = ik ben al naar de markt geweest
Dan maak je op die manier verleden tijd. Of:
Saya ke pasar kemarin = ik was gisteren op de markt <kemarin = gisteren>
.,,. ..,,.. besok = ik ga morgen enz
.,,. .,,. Nanti = ik ga straks, later…
enzovoort

BIJVOEGLIJKE NAAMWOORDEN ACHTER ZELFSTANDIGE NAAMWOORDEN.
NL – een groot huis, BI - rumah besar
NL – lekkere banaan, BI – pisang enak
NL – goedkoop brood, BI – roti murah

CONTOH / VOORBEELD
Anak = kind, anak anak = kinderen, dus meervoud.
Sepuluh anak = tien kinderen
Sepuluh anak sekolah = tien schoolkinderen.
Buku = boek, buku buku = boeken.
Lima buku = 5 boeken, lima buku mahal = 5 dure boeken.

DAFTAR KATA KATA / WOORDENLIJST

Pasar = markt
Beli = kopen
Buah = vrucht
Buah-buahan = vruchten, fruit
Nanas = ananas
Pisang = banaan
Rumah = huis
Besar = groot
Kecil = klein (zeg: ketjiel)
Ke = naar
Dari = uit, van (zeg: daarie)
Di = in, op, te (zeg: die) <plaatsbepalend>
Penjual = verkoper
Tetapi + tapi = maar, echter
Pak = van Bapak = meneer
Bu = van Ibu = mevrouw
Buku = boek (zeg: boekoe)
Sekolah = school ,stomme e, korte O
Toko = winkel (zeg: tookoo)
Bahasa = taal (baahaasaa)
Nyonya = mevrouw (zeg: njonja) <wordt meestal alleen tegen westerlingen gebruikt.
Tuhan = God (zeg: Toehan) niet verwarren met: tuan = meneer (toe-an) uit koloniale tijd, niet gebruiken.
Nomor = nummer < 2 x korte O
Roti = brood (rotie)
Enak = lekker (ènak)



P.S. een streepje (-) in een woord zegt niets over klemtoon, maar geeft scheiding aan tussen lettergrepen.
Terug naar boven Ga naar beneden
 
Les 5/Latihan lima/Pasar, boleh tawar?
Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Indonesië :: Bahasa Indonesia :: Les 1 - 10-
Ga naar: