Indonesië

Informatie- en nieuwsforum over Indonesië en Nederlands-Indië
 
IndexRegistrerenInloggen

Deel
 

  Kind van Batavia - Tjalie Robinson

Ga naar beneden 
AuteurBericht
wu

wu

Aantal berichten : 6613
Registratiedatum : 08-12-08

 Kind van Batavia - Tjalie Robinson Empty
BerichtOnderwerp: Kind van Batavia - Tjalie Robinson    Kind van Batavia - Tjalie Robinson Icon_minitimewo 20 jul 2011 - 9:37

 Kind van Batavia - Tjalie Robinson Kindba10 Tjalie Robinson


De essayist Rudy Kousbroek noemde hem ronduit een van de grootste Nederlandse schrijvers. Voor hem was Tjalie Robinson (1911-1974) bovendien degene die een specifiek en onherroepelijk verdwenen Indisch verleden vrijwel in zijn eentje voor de eeuwigheid had bewaard. Het ging om kronieken over het vooroorlogse leven in de Indische archipel en over de verwarrende overgangstijd naar een nieuw Indonesië.
Zijn oog observeerde scherp, zijn humor was mild en zijn geheugen leek nimmer op te drogen. Hij legde het dagelijks leven langs de straat tot in de kleinste details vast en herschiep de wereld om hem heen. ‘Ik registreer slechts wat ik voel,’ zei hij er zelf over. Dat deed hij op zo’n overtuigende en beeldende wijze, dat zijn verhalen een halve eeuw na dato nog altijd tot de verbeelding spreken.

Wie wil weten hoe het alledaagse bestaan in de Oost werkelijk voelde, kan deze kronieken niet ongelezen laten.



Titel: Kind van Batavia
Auteur: Tjalie Robinson
Ondertitel: verhalen van een straatslijper
Prijs: € 24,95
Bindwijze: Boek, Paperback (2011-05-01)
Genre: Romans
Uitgever: Uitgeverij Prometheus
ISBN/ISBN13 9789044611984
Intern nummer 17387457


vanstockum.nl
Terug naar boven Ga naar beneden
https://indonesie.actieforum.com
wu

wu

Aantal berichten : 6613
Registratiedatum : 08-12-08

 Kind van Batavia - Tjalie Robinson Empty
BerichtOnderwerp: Re: Kind van Batavia - Tjalie Robinson    Kind van Batavia - Tjalie Robinson Icon_minitimewo 20 jul 2011 - 9:41

Van de moesson in de drup

Non-fictie. Indonesiër en Nederlander Tjalie Robinson was even tweeslachtig als de krontjongmuziek die hij zo prachtig beschreef.

Een schrijver is altijd een kosmopoliet, wie schrijft schrijft niet alleen alleen voor nu maar ook voor later, niet alleen voor eigen sibbe maar voor de hele wereld. Het eigen dorp omtoveren in een wereldstad, daar gaat het om. Dat is wat Tjalie Robinson probeerde en daarin is hij ook geslaagd. Zo lang als hij in zijn dorp bleef.

Tjalie Robinson werd als Jan Boon in 1911 in Nijmegen geboren. Hij stierf als Tjalie in Den Haag in 1974. Maar hij was en bleef een kind van Batavia. Onder die titel verzamelde Wim Willemsen, die in 2008 de biografie van Tjalie schreef (Tjalie Robinson – Biografie van een Indo-schrijver) en een jaar later een selectie uit zijn brieven bezorgde (Schrijven met je vuisten) een aantal nooit eerder gebundelde journalistieke verhalen. Zelf had Tjalie twee van die bundels uitgegeven, onder de titel Piekerans van een straatslijper en nu hebben we het sluitstuk.

‘Niemand voelt zich thuiser in Djakarta dan ikke,’ aldus Tjalie en dat moet zo geweest zijn. Kousbroek schreef over die twee eerdere bundels ooit: ‘Zonder de Piekerans zou een wereld die niet Nederlands en niet Indonesisch was, en ook niet “allebei”, maar werkelijks iets unieks en eigens, zijn verdwenen zonder (authentieke) sporen achter te laten in de literatuur.’ Tjalie heeft een wereld gevangen als een prachtige libel in barnsteen. In Kind van Batavia herinnert hij zich het Labaran van zijn jeugd, zijn ontembare tante Trui, de gecostumeerde familiefeesten, de markt van Senen, en nog heel veel meer, alles in de taal van een minnaar met hert detail van de honger.

Een van de allermooiste stukken heet ’Cicaden van de nachtelijke straat’, over de krontjongmuziek van zijn jeugd. Ook Kousbroek nam bij zijn begrafenis van zijn vrienden afscheid met die mateloos mooie Katzenjammer, door Tjalie het symbool genoemd ‘van het voorbije dat heden nog is en morgen zal zijn.’ Tjalie vond er alles van zijn dubbele identiteit in terug, die van Indonesiër en Nederlander, schrijver en zwerver. Hij was ervan overtuigd ‘dat heimwee naar het vaderland en de roep van de nieuwe horizon tezamen de krontjong maken.’ Het was onderdeel van ‘al die “tweeslachtige” muziek van de tropengordel’, net als de beguine, de samba, de Hawaiimuziek, ‘je vindt ze altijd in de perimeter van twee culturen.’

‘Alle krontjong heeft één thema: hartstocht. Waarom? Omdat er geen antwoord is op het waarom is krontjong triest. Al is het mogelijk om dit leed uitdagend en moedig te dragen, krontjong kan ondanks alles juichen, kan tarten, kan alle aardse waarden geringschatten met een hautaine glimlach. Want wie krontjong verstaat, is geen slaaf. Hij is geen sinjo maar een signore, hij is geen boewaja maar fidalgo, hij is geen mohammedaan of christen, geen burger of soldaat. Hoe kèn?’

Een van de meest onthutsende delen van deze bundel zijn de stukken waarin Tjalie terug kijkt op zijn internering. Gemobiliseerd als KNIL-militair werd hij in 1942 gevangen gezet. Hij maakte een reeks van Japanse kampen mee, van redelijk humaan tot diep onterend, van kampen die eigenlijk ‘een soort jaarbeurs’ waren tot hongerkolonies waar hij een beroep moest doen op ‘het onderste uit de kan van de Indonesische natuur’ om te overleven. Het levert gruwelijke beelden op, van ‘de jap met zijn rotan’ bijvoorbeeld. ‘Heb je wel eens zo’n zwiepende rotan om een mensenlijf zien slaan? Alsof je plotseling een gummibandje spant om een papieren zak: het frommelt bliksemsnel in elkaar.’

Tjalie was toch al een jongetje dat geleerd had zijn vuisten te gebruiken, maar uit de ellende van het kamp kwam hij tevoorschijn als een vechter die zijn eigen respect verdiend had. Hij had weinig op met uitvreters en zwakkelingen en verloor daarbij ook wel eens affiniteit met wat echt kwetsbaar of weerloos was. Tjalie zag zichzelf als een pionier. Voor hem was de Indo ‘één van die miljoenen nazaten van Europeanen die sinds Columbus de wereld veroverden, een uniek feit in de ganse wereldgeschiedenis.’ De Indo, de mesties, was in zijn ogen een kosmopoliet bij uitstek, de verpersoonlijking van het lef en de wendbaarheid die overal ter wereld zich een thuis schiep.

Probleem was dat Tjalie eigenlijk nergens echt thuis was. In Indië niet en in Nederland niet en in Indonesië evenmin. Hij zat voortdurend in een positie waarin hij de (westerse) erfenis van zijn vader verdedigde, zonder de (oosterse) van zijn moeder te verloochenen. In 1951 zou hij Dan toch kiezen en naar Nederland afreizen en het was, moet men achteraf constateren, de verkeerde keus. Niet dat er een goede keus was, natuurlijk. Maar we danken er wel de stukken aan die nu in de tweede bundel voor het eerst verzameld werden, Een land met gesloten deuren. Ook dit is niet de eerste Nederlandse ‘piekerans’. In 1983 bezorgde de weduwe van Tjalie, Lilian Ducelle, al een mooie bloemlezing, Piekeren in Nederland, met stukken geschreven ‘in de marge van twee eindeloos grote vlakken.’ En in 1992 bezorgde Wilfried Dierick een verzameling van [Parool[/i]-columns onder de titel Didi in Holland, met daarin het aangrijpende stukje ‘Wie ben ik?’ ‘Nu weet ik dat ik op de grens sta en alleen links of rechts kan leven als ik een stukje van mij wegsnij.’

Het zijn die stukjes die we hier verzameld zien, ‘aanvullende journalistiek’ noemde hij het zelf, antropologie in eigen land, verbazing en verbijstering ineen, gepieker hoe je in godsnaam in dit land van gesloten deuren kunt leven zonder voortdurend verkouden te zijn.
Een ‘land van zorg, luxe en progressiviteit’ noemde hij het, allemaal categorieën waaraan hij een broertje dood had. Hoe zou hij zich vermaakt en geërgerd hebben over ons aanhoudeng gezeur over de pensioenen omdat eruit blijkt dat men in Nederland rechten ontleent aan het feit dat men iets gedaan heeft wat men niet leuk vond.

Maar ook hier gebeurt het met ontwapenende gebaar van de echte aanvullende stukjesschrijver. Nederland is eigenlijk één grote grutterij. Maar na de ‘haast benauwende precisie’ waarmee dit bedrijf te werk gaat in kaart gebracht te hebben, eindigt hij: ‘Hij laat mij sparen, reizen, dag in dag uit voordeeltjes hebben. Ik hem nooit. Ik, met mijn kwetsende opvatting van het kruidenierschap. Is hij kruidenier. Nee, ik ben het, van alle mensen ter wereld – ik. ‘ Tjalie was als alle schrijvers een groot egotist, maar als alle grote schrijvers was hij nog nieuwsgieriger naar anderen dan naar zichzelf.

Door Willem Otterspeer
Volkskrant, za. 2 juli 2011


Tjalie Robinson: Kind van Batavia.
Prometheus; 272 pagina’s; € 24,95.
ISBN 978 90 4461 198 4.

Tjalie Robinson: Een land met gesloten deuren.
Statenhofpers; 227 pagina’s; € 65,-
ISBN 2000000018539



Terug naar boven Ga naar beneden
https://indonesie.actieforum.com
 
Kind van Batavia - Tjalie Robinson
Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Indonesië :: Berichten :: Boekbesprekingen-
Ga naar: