Indonesië
Wilt u reageren op dit bericht? Maak met een paar klikken een account aan of log in om door te gaan.

Indonesië

Informatie- en nieuwsforum over Indonesië en Nederlands-Indië
 
IndexRegistrerenInloggen

 

 Raadselachtige namen op kapelmuur verklaard

Ga naar beneden 
AuteurBericht
ElEl

ElEl

Aantal berichten : 8018
Registratiedatum : 08-12-08

Raadselachtige namen op kapelmuur verklaard Empty
BerichtOnderwerp: Raadselachtige namen op kapelmuur verklaard   Raadselachtige namen op kapelmuur verklaard Icon_minitimevr 5 sep 2014 - 13:19

Raadselachtige namen op kapelmuur verklaard

Raadselachtige namen op kapelmuur verklaard 14bj9jn
05-09-2014 09:07
VAN DE REDACTIE

ZOELEN - Nog steeds is er een grote groep Nederlanders die onwetend is over de duizenden Nederlandse militairen die tussen 1945-1949 in voormalig Nederlands-Indië hun leven gaven voor een heilloze missie. Weggemoffeld op een kapelmuur van de Algemene Begraafplaats van Zoelen en Kerk-Avezaath, staan de namen van vier van de zes omgekomen Indiegangers uit de gemeente Buren. Nog maar een klein aantal inwoners heeft deze Indiëgangers persoonlijk gekend. Beusichemmer Richard van de Velde vindt het niet mogen vergeten een essentieel onderdeel in de strijd voor vrede en gerechtigheid en hoopt dat korte levensbeschrijvingen van deze slachtoffers uit de gemeente Buren een bijdrage hieraan kan leveren.

In de zomer van 1945 stuurde de Nederlandse regering 95.000 dienstplichtigen en oorlogsvrijwilligers naar Nederlands-Indië om de vooroorlogse verhoudingen te herstellen. Maar tijdens de Japanse bezetting was het Indonesische nationalisme erg sterk geworden en de Indonesiërs wilden een eigen republiek. Nederland weigerde de Indonesische onafhankelijk te accepteren. Na ruim vier jaar strijd erkende de regering eind 1949 de nieuwe staat Indonesië. Die periode werd gekenmerkt door militaire schermutselingen tussen het Nederlandse leger, waarvan de twee politionele acties het bekendste zijn geworden. Maar liefst 6000 Nederlandse militairen zijn daarbij omgekomen, waarvan ongeveer de helft door gevechtshandelingen en de overige ten gevolge van ziekten en ongevallen. Aan Indonesische zijde vielen naar schatting 150.000 man als gevolg van Nederlands militair optreden en geweld uitgeoefend door de Indonesische nationalisten. Aantallen om bij stil te staan.

De laatste jaren groeit er steeds meer respect voor die dienstplichtige of vrijwilliger die in de toenmalige overzeese rijksdelen Nederlands Oost-Indië en Nieuw Guinea soms tot drie jaar heeft gevochten. Bijna 20.000 oud Indië-militairen, familieleden en nabestaanden komen jaarlijks op de eerste zaterdag in september naar Roermond voor de grote herdenking bij het Nationaal Indië-monument 1945-1962 om hun dierbaren die omgekomen zijn te herdenken en hun eer te bewijzen. Dit jaar zal dat op zaterdag 6 september zijn en onderstaande slachtoffers worden dan ook herdacht.

De ouders van Rijk Overeem waren de in Ophemert geboren bakker Johannes Overeem en de eveneens uit Ophemert afkomstige moeder Johanna Wildemans. Ze kregen samen acht kinderen waaronder Rijk die werd geboren op 19 april 1925 in Kapel Avezaath. Hier hadden zijn ouders een bakkerij op Moleneind 101. Toen Rijk 11 jaar was, overleed zijn moeder en 10 jaar later zijn vader. Rijk werd van beroep ook broodbakker, maar werd als dienstplichtig soldaat naar Nederlands-Indië uitgezonden. Hier maakte hij deel uit van de aan-en afvoertroepen (23 AAT). Zijn operatiegebied was Batavia. Rijk is daar op 24 maart 1948 door een besmettelijke ziekte om het leven gekomen. Hij was in Nederlands-Indië getrouwd met een inlandse en kreeg bij haar drie dagen voor zijn dood een zoon Hans (1948-1999).

Jan-Willem de Waal werd geboren op 6 januari 1928 op de Kerkstraat 32 in Zoelen. Zijn ouders waren landbouwer Marinus de Waal en Hendrika van Zandwijk, die samen negen kinderen kregen.
De ongehuwde Jan Willem maakte als dienstplichtige soldaat deel uit van de zesde infanterie eenheid, ook kortweg F-Brigade genoemd. Hij kwam aan boord van de Sibajak op 4 september 1948 in Cheribon aan. Na aankomst te Cheribon werd het bataljon gelegerd te Madjalengka, waar het gedurende zes weken een voortgezette tropenopleiding volgde bij de 2e Infanterie Brigade van de 7 December Divisie. De 2e cie werd na aankomst onttrokken aan het bataljon en toegevoegd aan het BaCo.Batavia en ingezet voor wachtdiensten. Op 15 december kreeg het bataljon het regentschap Cheribon als bataljonsvak toegewezen. Jan-Willem kwam tijdens een patrouille nabij kampong Beber (Djalaksana, Cheribon) in een hinderlaag van de vrijheidsstrijders terecht en raakte daarbij dodelijk gewond door een borstschot. Ook twee anderen uit zijn peloton zijn daarbij om het leven gekomen.

Jan van Hensbergen zag het levenslicht op 23 november 1917 in Zoelen. Zijn ouders waren metselaar Jan Willem van Hensbergen en Janna Willemina van Asch. Zij kregen samen zeven kinderen. Jan was op 20 april 1940 getrouwd met Gerritje "Gerrie" van Ingen. Ze woonden in Tiel op Kijkuit 42 en kregen samen drie kinderen. In de meidagen van 1940 was Jan als dienstplichtige gelegerd op de Grebbeberg. Hier is hij met veel geluk ongeschonden uitgekomen. Volgens familieleden stond Jan bekend als een levensgenieter/vrijbuiter. Hij had al veel verschillende beroepen gehad: o.a. Circus Renz-medewerker, metselaar en medewerker op de jamfabriek De Betuwe in Tiel, voordat hij werd uitgezonden als oorlogsvrijwilliger naar Nederlands-Indië. Hij was hier ingedeeld bij het Hoofd Kwartier Adjudant Generaal. Zij behartigt alle personele zaken van het leger en is verantwoordelijk voor het moreel van de troepen tijdens het verblijf in Indië. Drie maanden voor Jan naar Nederland zou terugkeren met het troepenschip De Grote Beer, raakte hij bij een auto-ongeluk zwaar gewond. Als gevolg daarvan overleed hij korte tijd later op 29 mei 1949 in een ziekenhuis in Tjimahi.

De wieg van Jean Baptiste Meerssman stond in Maurik, waar hij op 2 september 1928 werd geboren. De ouders van Jean waren bierbottelaar en frisdrankhandelaar Hendrik Meerssman en Catharina Ekkelboom. Ze kregen drie kinderen: Frieda (1925), Jean Baptiste (1928) en Ivo (1933). De winkel was gevestigd op De Dries 1 in Maurik en het was de bedoeling dat Jean het bedrijf van zijn vader zou overnemen. Hij had daarvoor de ULO in Tiel, met middenstandsdiploma, met goed gevolg afgesloten.
"Broer" was dienstplichtig soldaat en kreeg zijn opleiding op de Ernst Casimirkazerne in Roermond. Hij werd in september 1948 met de ms. Johan van Oldenbarnevelt naar Nederlands-Indië gestuurd. Jean werd daar gelegerd in een kazerne te Semarang. Hier kwam als infanterist op 28 december 1948 in actie op een suikerfabriek in Bedji, 50 km van Yogjakarta. Tijdens deze gevechten werd Jean tijdens schermutselingen met vrijheidsstrijders in zijn lever geraakt. Onder hevig vuur werd Jean op een geïmproviseerde draagbaar naar het dichtstbijzijnde stadje Klaten gedragen. Van hieruit werd hij op een open vrachtwagen naar Soerakarta naar een militair ziekenhuis in Solo gebracht. Hier overleed hij op 7 januari 1949 en werd begraven op het Nederlands ereveld Candi te Semarang.
De burgemeester en dominee van Maurik brachten de onheilstijding al de volgende morgen over aan zijn ouders. Zij kregen later van het ministerie van Defensie ook nog een doos toegestuurd met daarin zijn persoonlijke bezittingen w.o.: zeep, brieven van het thuisfront en een foto van een meisje waar hij omgang mee had in Maasbracht.

Hendrikus Clasinus Arisse werd op 21 augustus 1925 op de zgn. Lombok (=Hogestraat) in Zoelen geboren. De ouders van Henk waren de Zoelenaarse landbouwer Albertus Bernardus Arisse en de Maurikse Ottolina. Ze trouwden in 1919 in Maurik en kregen samen vijf kinderen: Wouter (*1920-1992), Karel Hendrikus (*1922-2009), Hendrikus Clasinus (1925-1946), Alberta Ottolina (*1932) en Otto (*1936).
Volgens een klasgenoot van de lagere school was hij niet zo groot van stuk en een echte grappenmaker.
"Arie" was oorlogsvrijwilliger en stoker op een fregat bij de Koninklijke Marine. Hij was geplaatst bij de Marine Bewakings Afdeling te Tandjong Priok, de haven van Batavia. Tijdens een nachtelijke patrouille op 19 november 1946 raakte hij vermist. Bij een direct ingezette zoekactie door andere leden van de patrouille, werd hij zwaargewond gevonden. Hij werd vervolgens naar het militair hospitaal in Batavia gebracht, waar hij later op de dag is overleden. Zijn laatste rustplaats is niet aanwijsbaar.

De ouders van de op 3 februari 1922 in Maurik geboren Jacob van Dam waren de schipper Jacob Gerardus van Dam uit Den Haag en Jannetje Rijksen uit Wageningen. Ze trouwden op 22 juli 1914 in Maurik en kregen samen zeven kinderen. Hun waladres was Rijnbandijk 53 in Maurik.
De ongehuwde 'Jaap' was net als zijn vader schipper van beroep, maar wilde als oorlogsvrijwilliger graag marinier worden. Het is niet bekend of Jacob ook de gebruikelijke opleiding voor marinier in Camp Lejeune in North Carolina (VS) heeft gevolgd. Hij maakte deel uit van het 2e mariniersbataljon, dat in Soerabaya gelegerd was. Hier kwam hij op 29 december 1946 door een val onder een tank om het leven.

Wat zou het toch een mooi gebaar zijn als de straatnamencommissie uit de gemeente Buren deze oorlogsslachtoffers een blijvende eerbetoon zou kunnen geven. Of het voorbeeld van Opheusden volgen, dat vorig jaar een plaquette voor hen plaatste in hun gemeentehuis.
Ondanks verwoede pogingen heeft de auteur van de laatste twee slachtoffers geen familieleden kunnen traceren en ook geen foto van hen kunnen bemachtigen. Mocht u nog over aanvullende informatie beschikken, dan kunt u contact opnemen met Richard van de Velde, telnr. 0345-502583 of via zijn website www.oorlogsslachtoffersgemeenteburen.nl

Meer foto's bij Stad Tiel
Terug naar boven Ga naar beneden
http://www.tileng.nl
 
Raadselachtige namen op kapelmuur verklaard
Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Indonesië :: Berichten :: Algemeen-
Ga naar: